Eiseres diende op 2 mei 2025 aanvragen in voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor haar zoon en dochter bij het college van burgemeester en wethouders van Breda. Het college heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit genomen, ondanks ingebrekestellingen van eiseres.
De rechtbank verklaart de beroepen ontvankelijk en kennelijk gegrond, omdat het college niet tijdig heeft beslist. Het college stelt zich op het standpunt dat het niet bevoegd is, maar dit is niet formeel vastgelegd in een besluit, zodat dit een inhoudelijk geschil kan zijn dat buiten deze procedure valt.
De rechtbank legt het college op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000, en wordt een bestuurlijke dwangsom vastgesteld van €1.442 wegens overschrijding van de beslistermijn. Daarnaast moet het college wettelijke rente betalen en het griffierecht van eiseres vergoeden.