ECLI:NL:RBZWB:2026:4663
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na toekenning leerlingenvervoer
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen om het aangevraagde leerlingenvervoer voor haar dochter af te wijzen. Na een nieuw gesprek en het aanleveren van voldoende bewijs besloot het college op 30 maart 2026 alsnog met terugwerkende kracht leerlingenvervoer toe te kennen.
Verzoekster trok daarop haar verzoek om een voorlopige voorziening in en verzocht om een proceskostenvergoeding. Het college stelde dat geen proceskostenvergoeding hoefde te worden toegekend omdat verzoekster geen beroepsmatige rechtsbijstand had ingeschakeld en geen overige proceskosten had gemaakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat hoewel het college aan het verzoek tegemoet was gekomen, dit niet automatisch leidt tot een proceskostenvergoeding. Omdat verzoekster geen rechtsbijstandverlener had en geen proceskosten had aangetoond, wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af. Wel wees hij erop dat verzoekster het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het college kan claimen.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen rechtsbijstandverlener is ingeschakeld en geen proceskosten zijn aangetoond.