ECLI:NL:RBZWB:2026:4358
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019 en 2020
Belanghebbende, woonachtig in Italië, ontving in 2019 en 2020 een Ziektewet-uitkering van het UWV en deed aangifte IB/PVV waarbij het belastbaar inkomen uit werk en woning nihil werd opgegeven. De inspecteur legde primitieve aanslagen conform deze aangiften op, maar stelde later navorderingsaanslagen vast wegens een kenbare fout in de aangiften.
De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd omdat sprake is van een kenbare fout die ten minste 30% afwijkt van de wettelijk verschuldigde belasting. De inspecteur heeft de aanslagen geautomatiseerd opgelegd zonder handmatige beoordeling, waardoor de fout niet bewust is geaccepteerd. Het verbod van reformatio in peius is niet geschonden omdat het primaire besluit niet ten nadele van belanghebbende is gewijzigd.
Belanghebbende stelde dat zij door het instellen van bezwaar niet in een slechtere positie mag komen, maar de rechtbank volgt de inspecteur en de parlementaire geschiedenis dat navordering een zelfstandige grond is. De belastingrentebeschikkingen zijn eveneens terecht vastgesteld. De beroepen worden ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen blijven in stand.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen over 2019 en 2020 zijn terecht vastgesteld en de beroepen worden ongegrond verklaard.