Belanghebbende deed op 24 juni 2022 aangifte BPM voor een Audi A6 Avant Combi en betaalde €21.342. De inspecteur legde een naheffingsaanslag van €7.075 op, later verminderd tot €7.047. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze aanslag. De rechtbank oordeelt dat de aanslag te hoog is vastgesteld en vermindert deze tot €6.690.
De rechtbank beoordeelde ook het mandaatverbod en concludeerde dat de uitspraak op bezwaar bevoegd was genomen. Verder werd vastgesteld dat de schade aan de auto op het moment van het belastbaar feit (inschrijving) niet manifest was, waardoor de taxatiemethode toegepast kon worden zonder rekening te houden met latere schade.
De rechtbank stelde de historische nieuwprijs vast op €209.245 en de handelsinkoopwaarde op €105.145, conform de koerslijst van Eurotax. Tevens werd een hogere kostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend (€666 per punt) en een immateriële schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor de Staat komt.
De inspecteur werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is onherroepelijk na het verstrijken van de beroepstermijn.