ECLI:NL:RBZWB:2026:318

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/5038
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:1 AwbArt. 21k AWRArt. 26, eerste lid, aanhef en onder b, AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen ambtshalve vermindering basisregistratie inkomen

Belanghebbende verzocht op 16 april 2025 om wijziging van het basisregistratie inkomen 2021. De inspecteur stelde dit inkomen op 22 juli 2025 met terugwerkende kracht vast en wees daarmee het verzoek toe. Belanghebbende stelde de inspecteur in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een beslissing en stelde beroep in met verzoek om een dwangsom.

De rechtbank oordeelt dat de inspecteur bij een verzoek om ambtshalve vermindering van het basisregistratie inkomen niet verplicht is een voor bezwaar vatbare beschikking te nemen indien het verzoek wordt toegewezen. Omdat het verzoek van belanghebbende is toegewezen, staat hiertegen geen bezwaar of beroep open.

Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beschikking en de dwangsom. Belanghebbende kan het verzoek om een dwangsom voorleggen aan de civiele rechter. De rechtbank draagt het griffierecht terug aan belanghebbende en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het verzoek tot ambtshalve vermindering van het basisregistratie inkomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/5038

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Belanghebbende heeft op 16 april 2025 verzocht om wijziging van het basisregistratie inkomen 2021. De inspecteur heeft de ontvangst hiervan op 23 april 2025 bevestigd.
1.1.
Op 22 juli 2025 is met terugwerkende kracht tot 18 juli 2025 het basisregistratie inkomen 2021 vastgesteld op € 39.841,-. De inspecteur heeft belanghebbende hierover niet afzonderlijk geïnformeerd.
1.2.
Belanghebbende heeft de inspecteur op 12 augustus 2025 in gebreke gesteld en op 2 oktober 2025 beroep ingesteld wegens het niet (tijdig) nemen van een beslissing op het verzoek om wijziging van het basisregistratie inkomen 2021 en verzoekt om een dwangsom.
1.3.
De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd. Daarom doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Beoordeling door de rechtbank

2. In het stelsel van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) leidt niet elk verzoek tot een besluit waartegen een rechtsmiddel openstaat. Er kan tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit slechts beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld, indien het gaat om een voor bezwaar vatbare beschikking. [1] De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur op het verzoek van belanghebbende om ambtshalve vermindering van het basisregistratie inkomen niet hoeft te beslissen bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2.1.
Een onjuist inkomensgegeven kan door de inspecteur ambtshalve worden verminderd. [2] Indien belanghebbende heeft verzocht tot ambtshalve vermindering en dit verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, beslist de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking. [3] Hieruit volgt dat er geen voor bezwaar vatbare beschikking hoeft te worden gegeven, indien het verzoek wordt toegewezen. De inspecteur heeft het basisregistratie inkomen op 22 juli 2025 met terugwerkende kracht vastgesteld en heeft daarmee het verzoek van belanghebbende toegewezen. De inspecteur heeft belanghebbende op 9 oktober 2025 een verklaring geregistreerd inkomen 2021 gestuurd.
2.2.
Nu tegen het toewijzen van een verzoek om ambtshalve vermindering van het basisregistratie inkomen geen bezwaar en beroep openstaat, is de rechtbank van oordeel dat evenmin beroep openstaat tegen het niet tijdig nemen van die beschikking en daardoor ook niet tegen de beschikking met betrekking tot een dwangsom. [4] Belanghebbende kan het verzoek om een dwangsom voorleggen aan de civiele rechter.

Conclusie en gevolgen

3. De belastingrechter is dus niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling. Belanghebbende krijgt het griffierecht terug. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart zich onbevoegd;
  • draagt de griffier op het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- aan terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Volgens artikel 26, eerste lid, aanhef en onder b, AWR (in afwijking van artikel 8:1 Awb Pro).
2.Artikel 21k, eerste lid van de AWR.
3.Artikel 21k, tweede lid van de AWR.
4.Hoge Raad 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797 en Hoge Raad 3 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:134.