ECLI:NL:RBZWB:2026:2838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaarschriften vrijstelling leerplichtwet
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen beslissingen van het college van burgemeester en wethouders van Altena waarin haar bezwaarschriften tegen de afwijzing van haar beroep op vrijstelling van de leerplicht niet-ontvankelijk werden verklaard voor de schooljaren 2024/2025 en 2025/2026.
De rechtbank oordeelt dat de brieven waartegen bezwaar is gemaakt geen besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat zij geen publiekrechtelijke rechtshandelingen bevatten en niet gericht zijn op rechtsgevolgen. De vrijstelling van de leerplicht ontstaat van rechtswege indien aan de voorwaarden van artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet is voldaan, en wordt niet verleend bij een besluit waartegen bezwaar mogelijk is.
De inhoudelijke gronden van eiseres over haar bedenkingen tegen de onderwijsrichting en de gevolgen van het niet verkrijgen van vrijstelling vallen buiten de reikwijdte van dit geding. De rechtbank bevestigt dat het college terecht de bezwaarschriften niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de beroepen ongegrond zijn. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
De rechtbank wijst erop dat het Openbaar Ministerie terughoudend is met vervolging wegens absoluut schoolverzuim, maar dat dit niet is uitgesloten. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen van eiseres ongegrond omdat de brieven geen besluiten zijn waartegen bezwaar mogelijk is.