Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2667

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
23/9570 Wajong
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1a:1 WajongArt. 8:72 AwbSchattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Recht op Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken basale werknemersvaardigheden

Eiser, geboren in 2004 en bekend met ASS, LVB en angststoornis, vroeg op 15 februari 2022 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij meende dat het gebrek aan arbeidsvermogen niet duurzaam was. Na bezwaar en beroep werd nader medisch en arbeidskundig onderzoek verricht, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige betrokken waren.

De verzekeringsarts concludeerde dat eiser geen basale werknemersvaardigheden heeft, met name op het gebied van het nakomen van afspraken, en dat dit gebrek duurzaam is vanwege een rigide denkpatroon en psychische klachten. De arbeidsdeskundige stelde dat eiser zich nog kan ontwikkelen, maar onvoldoende vaardigheden bezit. Het UWV bleef bij haar standpunt dat de situatie niet duurzaam was, mede omdat eiser kleine verbeteringen liet zien.

De rechtbank hechtte meer waarde aan het deskundigenrapport van de verzekeringsarts die het ontbreken van basale werknemersvaardigheden als duurzaam beoordeelde. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waarbij eiser met ingang van zijn 18e verjaardag recht krijgt op een Wajong-uitkering. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: Eiser krijgt met ingang van zijn 18e verjaardag recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van basale werknemersvaardigheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/9570 Wajong

uitspraak van 7 april 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te [plaats] , eiser,

gemachtigde: mr. I. Rhodes,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Inleiding

1. Eiser, geboren op [geboortedag] 2004 (18e verjaardag = [geboortedag] 2022), is bekend met een autismespectrumstoornis (ASS), een lichte verstandelijke beperking (LVB) en een angststoornis. Daarnaast is sprake van fysieke klachten. Op 15 februari 2022 heeft eiser een Wajong-uitkering aangevraagd.
1.1.
Het UWV heeft de aanvraag met het besluit van 13 juli 2022 (het primaire besluit) afgewezen.
1.2.
Met het besluit van 5 september 2023 (het bestreden besluit) is het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers [stiefvader] , de gemachtigde van eiser en mr. J.F.C.A.M. Weterings namens het UWV. Het onderzoek is ter zitting gesloten.
1.5.
Bij beslissing van 6 februari 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend om een verzekeringsarts nader onderzoek te laten verrichten.
1.6.
Op 25 november 2025 heeft verzekeringsarts mr. drs. [verzekeringsarts] van [b.v.] een rapport uitgebracht. Het UWV heeft hierop gereageerd.
1.7.
De rechtbank heeft het onderzoek op 24 februari 2026 gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Grondslag van het bestreden besluit
2. Aan het bestreden besluit ligt een onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) ten grondslag.
3. De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat eiser belemmeringen heeft op het 18e jaar door ziekte. In bezwaar zijn geen medische gegevens verkregen waaruit wezenlijk andere belemmeringen naar voren komen. Geconcludeerd is dat eiser geen basale werknemersvaardigheden heeft, met name als het gaat om het nakomen van afspraken met de werkgever. Eiser heeft geen beperkingen ten aanzien van herinneren, er is geen stoornis in het geheugen en er zijn geen ernstige beperkingen in het uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen. De arbeidsdeskundige stelt echter dat eiser zich nog verder moet ontwikkelen in het zich aanpassen aan de regels van een bedrijfscultuur om ook een minder leuke opdracht uit te voeren en nog moeite heeft met zelfstandig op tijd komen. Hij kan omgaan met meerderen, al heeft dat op zijn leeftijd nog wel wat problemen gegeven.
Ten aanzien van de duurzaamheid overweegt de verzekeringsarts b&b dat uit de informatie bij de aanvraag naar voren komt dat eiser een vriendelijke, sociale jongeman is die anderen wil ontlasten. Nergens in de medische gegevens wordt vermeld dat eiser niet in staat is om zelfstandig dan wel onder begeleiding of sturing op tijd te komen en dit evenmin de komende tien jaar gerealiseerd kan worden. Eiser zou een gecreëerde elementaire taak kunnen uitvoeren, eventueel onder beschutte omstandigheden of onder begeleiding. Bovendien komt uit de informatie naar voren dat sinds eiser van school is hij zich verder ontwikkelt. Ook zijn angsten nemen af, hij gaat vaker naar buiten. Verder heeft eiser geen progressieve medische aandoening. Van een angststoornis is herstel mogelijk. De ASS en LVB zijn stabiel, eiser zal daar niet volledig van herstellen. Leren gaat wat langzamer dan bij gemiddelde intelligentie, maar dit kan zich ook bij ASS en LVB nog voortzetten na het 18e jaar. Behandeling en begeleiding is gericht op het verbeteren van functioneren. Ook bij ASS kan middels training en door natuurlijk beloop en groei van het brein verbetering in het functioneren niet worden uitgesloten. Dit door het aanleren van vaardigheden middels training (zelfstandig op tijd komen) en begeleiding (aanpassen aan een bedrijfscultuur, het uitvoeren van een minder leuke taak). Gebleken is ook dat eiser nieuwe taken kan aanleren. Eisers vaardigheden kunnen zich de komende jaren dus nog ontwikkelen.
Arbeidskundig onderzoek
4. Ook een arbeidsdeskundige b&b heeft onderzoek gedaan. De arbeidsdeskundige b&b heeft gerapporteerd dat eiser een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie: de taak ‘scannen’ wordt geschikt geacht. Volgens de arbeidsdeskundige b&b beschikt eiser echter nog over onvoldoende basale werknemersvaardigheden, maar hij wordt in staat geacht deze vaardigheden verder en/of beter te ontwikkelen.
Standpunt eiser
5. Eiser stelt dat de verzekeringsarts verwacht dat hij nog basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen, maar dat zijn behandelaars dit anders zien. Verder stelt hij dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest omdat hij niet op spreekuur is gezien door een verzekeringsarts. Bovendien is het UWV een dwangsom verschuldigd. In een bijlage overlegt hij de ingebrekestelling. De fax is gestuurd naar Amsterdam, omdat het faxnummer van Breda het niet deed.
Overwegingen rechtbank
6. Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft. Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiser voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiser kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiser beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiser kan niet een uur aangesloten werken
- eiser is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan, dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek.
7. Naar aanleiding van eisers beroepschrift is eiser in beroep op 26 april 2024 gezien door de verzekeringsarts b&b. Dit heeft niet geleid tot een wijziging van het standpunt van het UWV. Het UWV stelt zich op het standpunt dat eiser op zijn 18e verjaardag geen mogelijkheden tot arbeidsvermogen had omdat hij niet over basale werknemersvaardigheden beschikt, maar dat deze situatie niet duurzaam is.
8. Het UWV hanteert bij de beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen een beoordelingskader, dat is opgenomen in Bijlage 1 van het ‘Compendium Participatiewet’ (Compendium). Volgens het beoordelingskader spreekt de verzekeringsarts zich uit over de ontwikkeling van de mogelijkheden van betrokkene, uitgaande van de medische situatie zoals die is op het moment waarop de beoordeling betrekking heeft. Voor zover de verzekeringsarts, overeenkomstig het stappenplan, niet zelfstandig over het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen kan besluiten, spreken verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zich gezamenlijk uit over de te verwachten ontwikkeling van betrokkene en of die al dan niet tot arbeidsvermogen kan leiden. [1] Voor een positieve beantwoording van de vraag of de participatiemogelijkheden zich kunnen ontwikkelen hoeft niet vast te staan dat eiser in de toekomst in staat zal zijn arbeidsvermogen te genereren. [2]
Een zorgvuldige besluitvorming brengt volgens vaste rechtspraak [3] mee dat de inschatting van de verzekeringsarts en/of de arbeidsdeskundige van de ontwikkeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de betrokkene aan de orde zijn, voor zover die feiten en omstandigheden betrekking hebben op de situatie van de betrokkene op de datum in geding. In het geval de inschatting van de mogelijkheden tot ontwikkeling berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de betrokkene.
9. De door de rechtbank ingeschakelde deskundige [verzekeringsarts] heeft in het rapport van 25 november 2025 gesteld dat zij niet kan instemmen met het standpunt van het UWV dat eiser nog arbeidsvermogen kan ontwikkelen door toename van basale werknemersvaardigheden. Zij onderschrijft dat eiser op de datum in geding niet over basale werknemersvaardigheden beschikte en stelt dat het voor eiser lastig is om instructies op te volgen en afspraken na te komen, voortkomend uit moeite met het omgaan met meerderen en het aangaan van interacties en relaties. Uit onderzoek blijkt dat eiser moeite heeft met het uitvoeren van taken die hij niet zelf wil doen en dat daarachter voornamelijk faalangst schuilgaat. Als eiser activiteiten doet die hij niet wil doen, waarbij hij veelal gedrag van anderen imiteert, dan leidt dit er na verloop van tijd toe dat hij zich heel slecht voelt. Hij wordt dan boos, trekt zich een periode terug, wordt stiller en volgens zijn stiefvader ook somberder. Eisers moeder heeft dit terugkerende patroon beschreven als enkele stappen vooruit en vervolgens meer stappen terug. Dit past bij de bevindingen tijdens het onderzoek. De deskundige stelt dat gebleken is dat het psychische dieptepunt dat eiser bereikte toen hij zestien jaar oud was, correleert aan dat hij met school is doorgegaan terwijl hij dit intrinsiek niet wilde. Dit heeft ertoe geleid dat hij een rigide denkpatroon heeft ontwikkeld. Hij wil geen dingen meer doen die hij niet wil, omdat hij ervan overtuigd is dat het dan slecht met hem zal gaan. Zo’n rigide denkpatroon past bij ASS en LVB. Eiser heeft al de nodige behandeling en begeleiding gehad, maar hij blijft de periodes van terugval vertonen wanneer hij met iets door blijft gaan wat hij intrinsiek niet wil. Hij zou juist moeten werken aan instructies van anderen (meerderen) volgen en afspraken nakomen, ook wanneer hij dit niet zelf wil maar omdat dit van hem wordt gevraagd. Deze belemmering in het verder ontwikkelen van de basale werknemersvaardigheden dient volgens de deskundige, gezien het medische verloop, als onvermogen te worden aangemerkt en niet als onwil. Bij gerichte begeleiding in combinatie met rijping mag bij ASS en LVB ook na het 18e levensjaar ontwikkeling verwacht worden. De situatie van eiser wordt echter gecompliceerd door angst- en stemmingsklachten. De beschrijvingen van eisers moeder van rondom de datum in geding sluiten aan bij de evaluatie van [zorginstelling] van oktober 2022. Op grond van het rigide denkpatroon van eiser, gerelateerd aan zijn ziektegeschiedenis en opgedane ervaringen, acht de deskundige een ontwikkeling uitsluitend door rijping medisch gezien niet mogelijk. Zij stelt dan ook dat het voor eiser niet mogelijk is om basale werknemersvaardigheden te ontwikkelen, aangezien het daarvoor noodzakelijke leer- en ontwikkelproces door zijn onvermogen niet haalbaar is.
10. Een verzekeringsarts b&b van het UWV heeft in reactie op het deskundigenrapport in een rapport van 19 januari 2026 gesteld dat de deskundige ervan uitgaat dat eiser moeite heeft met het omgaan met meerderen, terwijl niet gemotiveerd wordt dat deze beperking aan de orde is. Volgens de verzekeringsarts b&b is er geen sprake van een beperking op dit punt, nu blijkt dat eiser in staat is om opdrachten aan te nemen van de bokstrainer en deze uit te voeren. Daarnaast is gebleken dat eiser zijn begeleider helpt bij de verbouwing van zijn huis. Ook thuis kan eiser opdrachten uitvoeren, ondanks dat hij dit intrinsiek niet wil. De deskundige weegt ook niet mee dat er al verdere ontwikkeling bij eiser heeft plaatsgevonden. Ook gaat de deskundige voorbij aan het feit dat rigide denkpatronen kunnen veranderen. Zowel bij ASS als bij LVB kunnen trainingen worden ingezet voor faalangst, laag zelfbeeld en onzekerheid, zodat eiser hiermee kan leren omgaan. Hij kan positieve ervaringen opdoen waardoor zijn denkpatroon kan veranderen. Sociale interacties en ook sociaal gedrag zullen verbeteren. Hierdoor zijn er mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden: factoren waaruit blijkt dat ontwikkelen van arbeidsvermogen niet uitgesloten is. Daarnaast blijkt uit de evaluatie van [zorginstelling] dat eiser ook kleine stapjes vooruit maakt. Hij heeft voortgang geboekt in geestelijke gezondheid en gedrag en ook tijdsbesteding. Er wordt ook aangegeven dat eiser aan zijn trauma moet werken en op dezelfde weg verder moet gaan. Dit duidt erop dat niet uitgesloten is dat er mogelijkheden zijn voor verdere ontwikkeling. Het is aannemelijk dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet is uitgesloten dat bij eiser op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Er is dus geen sprake van duurzaam geen arbeidsvermogen.
11. Het uitgangspunt is dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt, als de motivering van deze deskundige hem overtuigend voorkomt. De rechtbank is van oordeel dat die situatie zich hier voordoet. In het deskundigenrapport is inzichtelijk en overtuigend gemotiveerd waarom het niet beschikken over basale werknemersvaardigheden bij eiser duurzaam is. Daarbij heeft de deskundige haar bevindingen en conclusies gebaseerd op eigen onderzoek en de rapporten van de verzekeringsartsen en heeft zij de overige beschikbare (medische) informatie bij haar beoordeling in aanmerking genomen. In de reactie van de verzekeringsarts b&b ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de deskundige. Nu de deskundige concludeert dat het voor eiser niet mogelijk is om basale werknemersvaardigheden te ontwikkelen doordat het daarvoor noodzakelijke leer- en ontwikkelproces door zijn onvermogen niet haalbaar is, moet ervan uitgegaan worden dat het ontbreken van arbeidsvermogen in het geval van eiser duurzaam is te achten. Daarmee voldoet eiser op [geboortedag] 2022 (achttiende jaar) aan de voorwaarden van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong, zodat hij als jonggehandicapte moet worden aangemerkt.
Heeft eiser recht op een dwangsom?
12. Aan het verbeuren van een dwangsom gaat de verzending van een ingebrekestelling vooraf, maar het UWV stelt deze niet te hebben ontvangen. Eiser stelt dat hij een ingebrekestelling heeft verzonden naar het faxnummer van het UWV, locatie Amsterdam. Volgens hem zou het niet uit moeten maken naar welke locatie van het UWV hij de ingebrekestelling stuurt, omdat alle bezwaren behandeld worden door de Raad van Bestuur van het UWV. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift is in de correspondentie echter kenbaar gemaakt dat het dossier behandeld wordt door het UWV, locatie Breda. Ook wordt in de aanhef van de brieven het faxnummer van locatie Breda genoemd. Eiser had de ingebrekestelling dan ook aan dit nummer moeten sturen. Eiser stelt dat dit niet mogelijk was, omdat de fax in Breda het niet deed. Deze stelling heeft hij echter niet onderbouwd. Als dit al aan de orde zou zijn geweest, dan had het op zijn weg gelegen om hierover contact op te nemen met het UWV of om de ingebrekestelling per (aangetekende) post te sturen. Nu niet gebleken is dat eiser tijdig en op de juiste wijze een ingebrekestelling heeft verzonden, is er naar het oordeel van de rechtbank ook geen dwangsom verbeurd.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is gegrond omdat het UWV zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het gebrek aan arbeidsvermogen van eiser niet duurzaam was. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht nu zelf een beslissing en bepaalt dat eiser recht heeft op een Wajong-uitkering met ingang van [geboortedag] 2022. Het primaire besluit zal daarom worden herroepen.
14. Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt eiser een vergoeding voor zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiser een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 647,00. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,00. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.162,00.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiser recht heeft op een Wajong-uitkering met ingang van [geboortedag] 2022;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
  • bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50,00 aan eiser moet vergoeden;
  • veroordeelt het UWV tot betaling van € 3.162,00 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 7 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: wettelijk kader

Wajong
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
b.na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, vierde lid
Onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
Artikel 1a:1, zesde lid
De beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.