Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetpad in Breda op 20 augustus 2023. Hij stelde beroep in tegen de boete, die door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd het beroep bij de kantonrechter behandeld op 10 februari 2026.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging, rijden op het voetpad, vaststaat en niet werd betwist. De boete was terecht opgelegd. Betrokkene voerde aan dat de boete niet redelijk was gezien de omstandigheden, omdat de bestuurder op zoek was naar een plek om stil te staan en direct na de overtreding was omgekeerd. Dit werd niet als reden gezien om de boete te matigen.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter, berekend conform de wettelijke regels. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.