Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 2 augustus 2023 in Oosterhout. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, maar de officier van justitie verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging van betrokkene vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende bewijs vormt in zaken op grond van de Wahv. Betrokkene voerde geen feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete. Op grond hiervan matigde de kantonrechter de boete met 25%. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan betrokkene terug te betalen.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 18 februari 2026 in Breda. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.