ECLI:NL:RBZWB:2026:2420

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
1 april 2026
Zaaknummer
11536537 \ MB VERZ 25-225
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6 EVRM
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke toewijzing beroep tegen boete voor niet verzekeren motorrijtuig

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat zijn motorrijtuig op 21 augustus 2023 niet verzekerd was. Hij stelde beroep in tegen de boete, waarbij hij aanvoerde dat de boete onredelijk was omdat het voertuig kapot in de schuur stond en hij vergat een kentekenplaat aan te vragen. Na ontvangst van een waarschuwingsbrief schorsde hij het voertuig direct.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond vanwege te late indiening, maar de kantonrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding gegrond was vanwege persoonlijke omstandigheden van betrokkene. De kantonrechter stelde vast dat de overtreding had plaatsgevonden en dat de boete terecht was opgelegd.

Vanwege de directe schorsing na de waarschuwing en de overschrijding van de redelijke termijn van behandeling matigde de kantonrechter de boete met 50% en vervolgens met 25%, waardoor de boete werd verlaagd tot €168,75 plus administratiekosten. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig is gematigd tot €168,75 vanwege directe schorsing en overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11536537 \ MB VERZ 25-225
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 18 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.V. Oedayrajsingh Varma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd door de registercontrole van de RDW op 21 augustus 2023 om 17.04 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene heeft in 2023 een kenteken op de trekker aangevraagd. Betrokkene is vergeten om een kenteken-plaat aan te vragen, omdat de trekker kapot was en in de schuur stond. Betrokkene ontving een waarschuwingsbrief dat het voertuig niet verzekerd was en heeft daarop meteen actie ondernomen door het voertuig te schorsen.
Ter zitting heeft betrokkene zijn standpunt benadrukt.
De zittingsvertegenwoordiger heeft primair verzocht het beroep ongegrond te verklaren, omdat het beroep bij de officier van justitie niet tijdig is ingesteld en die termijn-overschrijding ook niet verschoonbaar is.
De zittingsvertegenwoordiger heeft subsidiair verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat het voertuig niet was verzekerd. Betrokkene heeft na ontvangst van de waarschuwings-brief direct actie ondernomen door het voertuig alsnog te schorsen. De zittings-vertegenwoordiger verzoekt om die reden de boete te matigen met 50% en verder te matigen met 25% omdat de redelijk termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

Ontvankelijkheid beroep bij de kantonrechter
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 8 april 2024. Het beroepschrift is echter pas op 23 april 2024 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij drie kleine kinderen heeft en daardoor erg druk is. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om over de termijn-overschrijding heen te stappen.
InhoudelijkDe kantonrechter zal vervolgens het beroep tegen de boete inhoudelijk beoordelen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Het voertuig was op 21 augustus 2023 niet verzekerd. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene na ontvangst van de waarschuwingsbrief direct heeft gehandeld door het voertuig alsnog te schorsen. De boete zal worden gematigd tot € 225,-.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de redelijke termijn overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete verder matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 168,75, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 281,25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: