Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2347

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
BRE 24/7119 Wajong
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:51a AwbArt. 8:80a AwbArt. 8:51b AwbArt. 1a:1 Wajong
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over afwijzing Wajong-uitkering wegens vermeend arbeidsvermogen

Eiseres heeft op 17 september 2023 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen op grond van het oordeel dat zij arbeidsvermogen heeft. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing en constateert dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres op de datum van de aanvraag vier uur per dag belastbaar zou zijn. Ook is onvoldoende onderbouwd dat eiseres op haar 18e verjaardag en de vijf jaar daarna arbeidsvermogen had.

De medische en arbeidskundige onderzoeken van het UWV zijn besproken, waarbij de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat eiseres beperkt belastbaar is maar wel over basale werknemersvaardigheden beschikt. Eiseres betwist deze conclusies en stelt dat haar belastbaarheid en arbeidsvermogen lager zijn dan aangenomen, mede door haar ziektegeschiedenis en ondersteuningsbehoefte.

De rechtbank stelt vast dat het UWV niet voldoende heeft gemotiveerd waarom de urenbeperking van vier uur per dag is vastgesteld en dat de medische rapportages en het dagverhaal van eiseres niet eenduidig zijn. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de verminderde beschikbaarheid en het ziekteverzuim van eiseres.

De rechtbank wijst het UWV erop dat het de bewijslast draagt bij laattijdige aanvragen en dat het UWV de gelegenheid krijgt om het gebrek in de motivering binnen acht weken te herstellen. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat inmiddels wel een besluit is genomen.

Uitkomst: De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid het gebrek in de motivering van het besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering binnen acht weken te herstellen en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7119 Wajong

tussenuitspraak van 30 maart 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. R.S. Vriend),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Samenvatting

1. Deze tussenuitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres is het niet eens met deze afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht heeft geweigerd een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.1.
De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het UWV het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. De rechtbank stelt het UWV in de gelegenheid dit gebrek binnen acht weken te herstellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Feiten en omstandigheden

2. Eiseres, geboren op [geboortedag] 1990, heeft op 17 september 2023 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
2.1.
Met het besluit van 7 december 2023 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op haar bezwaar tegen het primaire besluit.
2.3.
Met het bestreden besluit van 30 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen, gebleven.

Procesverloop

3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.1.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met verweerschriften.
3.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en mr. M. Duric namens het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Beroep niet tijdig beslissen
4. Eiseres heeft beroep ingediend tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar. Na indiening van dat beroep heeft het UWV alsnog een beslissing op bezwaar genomen. Omdat er inmiddels is beslist op de bezwaren van eiseres, heeft zij geen belang meer bij een beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
4.1.
Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Omdat het bestreden besluit blijkens het beroepschrift niet tegemoet komt aan het beroep van eiseres, zal de rechtbank het bestreden besluit hierna inhoudelijk toetsen.
Wettelijk kader
5. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze tussenuitspraak.
Grondslag van het bestreden besluit
6. Met het bestreden besluit heeft het UWV geweigerd aan eiseres een Wajong-uitkering te verstrekken, omdat zij arbeidsvermogen heeft. Aan het bestreden besluit ligt een medisch en een arbeidskundig onderzoek ten grondslag.
Medisch onderzoek
7. De verzekeringsarts heeft de gegevens in het dossier bestudeerd en eiseres gesproken en psychisch en lichamelijk onderzocht tijdens een spreekuurcontact. Daaraan voorafgaand heeft ook een spreekuur plaatsgevonden met een sociaal medisch verpleegkundige.
De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat eiseres sinds kindertijd bekend is met recidiverende ontstekingen als gevolg van selectieve antistof deficiëntie met normale immuunglobulines (SADNI). Er zijn vooral ontstekingen en infecties op KNO gebied. Daarnaast ook longontstekingen, urineweginfecties en pericarditis (een ontsteking van het hartzakje).
Eiseres kreeg de diagnose SADNI pas op haar 26ste, maar gebleken is dat alle klachten vanaf haar kindertijd afkomstig zijn geweest van deze ziekte. Er is zodoende sprake van ziekte/gebrek op en vanaf de 18e verjaardag. De klachten zijn in 2018, 2019 en 2021 verder toegenomen in de vorm van een pericarditis waarvoor eiseres in het ziekenhuis is opgenomen waaronder op de Intensive Care. Er zijn al meerdere behandelingen, medicatie en ingrepen geweest die gezorgd hebben voor stabiliteit, waarbij er wel regelmatig nog sprake is van milde ontstekingen die in het verleden geleid hebben tot verhoogd verzuim. Er is verder sprake van gehoorverlies rechts als gevolg van status na cholesteatoom (chronische ontsteking in het middenoor). Sinds enkele jaren is er tevens sprake van klachten aan de linker pols.
Na de toekenning van een medische urenbeperking en Indicatie banenafspraak in 2017 heeft eiseres wel sollicitaties gedaan maar zij werd vanwege haar ziekte niet aangenomen.
De klachten gaan bij eiseres gepaard met energieverlies en concentratieverlies in wisselende mate gedurende dag en week. In het dagverhaal ontbreken tekenen van ADL-afhankelijkheid en van een duidelijke recuperatiebehoefte. Het lukt eiseres een gestructureerd leven aan te houden met zorgtaken en huishoudelijke taken, waar zij bij het laatste geholpen wordt door familie en een huishoudelijke hulp.
Eiseres is wegens SADNI en daaruit voortvloeiende verminderde energetische belastbaarheid en gevoeligheid voor luchtweginfecties, slechthorendheid en enige problemen aan de linker pols aangewezen op licht fysiek/energetisch belastende arbeid. Zoals eerder gesteld bij de beoordeling medische urenbeperking en Indicatie banenafspraak is eiseres één uur aaneengesloten belastbaar gedurende maximaal vier uur per dag. Er is bij eiseres sprake van een verhoogd verzuimrisico. Op basis van het algeheel functioneren en de stabiliteit van de aandoening acht de verzekeringsarts het verlet kleiner dan 25% van de werktijd mits er rekening gehouden wordt met de gestelde beperkingen.
7.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) heeft de dossiergegevens bestudeerd. De rapportage opgesteld door de primaire verzekeringsarts is voldoende navolgbaar. Mede gezien de in bezwaar nog overgelegde gegevens en tevens omdat het een laattijdige aanvraag betreft, zal een persoonlijk contact niets kunnen toevoegen. Eiseres heeft overigens zelf ook afgezien van haar recht gehoord te worden over haar bezwaar.
De verzekeringsarts b&b heeft gerapporteerd dat bij een laattijdige beoordeling als de onderhavige, nadat vastgesteld is of er op de 18e verjaardag of tijdens studie beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek waren, eerst gekeken wordt naar de actuele situatie. In dit geval heeft de primaire verzekeringsarts, vooral gelet op wat eiseres ondanks haar klachten toch elke dag weer doet aan taken rondom huishouden, zorg en opvoeding naast andere bezigheden, zondermeer kunnen concluderen dat eiseres kan voldoen aan de geldende criteria (vier uur belastbaar, een uur aaneengesloten kunnen werken).
Zou de verzekeringsarts b&b op basis van wat in bezwaar is aangevoerd tot een andere conclusie komen, dan moet hij terug naar de 18e verjaardag. Dan is alleen het gegeven dat eiseres vanaf haar 18e verjaardag een (voltijds) Hbo-opleiding heeft kunnen volgen en afronden de facto voldoende om aan te nemen dat zij op de 18e verjaardag ook voldeed aan voorgenoemde criteria. Er zijn geen medische gegevens overgelegd waaruit anders zou kunnen blijken. Nu de opleiding in 2013 afgerond is en eiseres dit gedurende een deel van haar studie ook nog gecombineerd heeft met arbeid, is er geen reden om aan te nemen dat zij in de vijf jaar na de 18e verjaardag niet meer heeft kunnen voldoen aan voorgenoemde criteria. Ook voor de vijfjaarperiode na de 18e verjaardag zijn er geen medische gegevens voorhanden of overgelegd waaruit een verloren gegaan arbeidsvermogen zou kunnen blijken. In het licht van het voorgaande acht de verzekeringsarts b&b het ook niet aannemelijk dat het ziekteverzuim vanaf de 18e verjaardag meer dan 25% is geweest. Nu het een laattijdige aanvraag betreft ligt het overigens sowieso op de weg van eiseres om dat voldoende medisch gemotiveerd aan te tonen.
Arbeidskundig onderzoek
8. De arbeidsdeskundige b&b heeft als voorwaarden voor het functioneren in een werkomgeving gerapporteerd dat eiseres is aangewezen op werkzaamheden waarbij zij haar linker pols niet intensief hoeft te gebruiken. De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden in een omgeving waar geen sprake is van tocht of temperatuurschommelingen. Eiseres is aangewezen op een rustige werkomgeving (auditief) en waarin zij geen verhoogd risico op infecties loopt. Indien nodig moet eiseres gebruik kunnen maken van beschermingsmiddelen ter voorkoming van infecties. Eiseres is aangewezen op geheugensteuntjes. De werkzaamheden moeten zich er dan ook toe lenen dat er teruggevallen kan worden op schriftelijke instructies.
Eiseres is aangewezen op een begripvolle werkomgeving.
Eiseres is aangewezen op werkzaamheden die niet energetisch zwaar belastend zijn en waarbij zij haar linker pols niet veelvuldig in moet zetten. Te denken valt aan kantoorwerkzaamheden waarbij zij niet hoeft te werken in een drukke kantoortuin. De taak Telefonisch informatie verstrekken is daar een goed voorbeeld van. De onderbouwing hiervan door de primaire arbeidsdeskundige wordt gevolgd. De eisen die deze taak stelt sluiten aan bij de voorwaarden in de werkomgeving. Het betreffen werkzaamheden die worden uitgevoerd in een kantooromgeving waarbij geen sprake is van tocht of sterk wisselende temperatuurschommelingen. De werkplekken worden van elkaar gescheiden door schotten. Er wordt door meerdere mensen gebeld maar door de schotten worden deze geluiden gedempt waardoor er geen sprake is van een lawaaierige omgeving. Werkzaamheden zijn fysiek niet belastend. Er wordt steeds kortdurend gewerkt met toetsenbord en/of muis. Er is binnen deze kantooromgeving geen sprake van een verhoogd infectiegevaar.
Aanvullend wordt de taak Invoeren van gegevens als geschikt beschouwd. Deze werkzaamheden sluiten eveneens aan bij het opleidingsniveau van eiseres en worden uitgevoerd in een (rustige) kantooromgeving. Werkzaamheden zijn overzichtelijk en lenen zich ertoe gebruik te maken van notities (geheugensteuntjes). Er wordt niet intensief gewerkt met een toetsenbord en/of muis waardoor de linker pols in deze taak niet intensief belast wordt.
Uit de beschikbare informatie is gebleken dat eiseres ondanks de beperkingen ten aanzien van herinneren over basale werknemersvaardigheden beschikt. De beperking ten aanzien van herinneren kan ondervangen worden door gebruik te maken van geheugensteuntjes. Bovendien is in de praktijk gebleken dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt. Zij heeft immers meerdere opleidingen doorlopen en afgerond en voor meerdere werkgevers gewerkt. Eiseres is in staat om instructies van een werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren en zij is in staat zich sociaal wenselijk te gedragen binnen de cultuur en context van een arbeidsorganisatie.
Eiseres heeft dan ook arbeidsvermogen, omdat zij een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie en over basale werknemersvaardigheden beschikt. Dat eiseres ten minste vier uur per dag belastbaar is en ten minste een uur aaneengesloten kan werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces, heeft de verzekeringsarts b&b vastgesteld.
Standpunt eiseres
9. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat het UWV ten onrechte heeft geoordeeld dat zij in staat is om te werken en dat zij ‘arbeidsvermogen’ heeft, waardoor eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering.
Eiseres heeft daarnaast gesteld dat zij niet op juiste wijze is geïnformeerd over de consequenties van het laten vervallen van de hoorzitting, waardoor zij ten onrechte geen gesprek heeft gehad met de verzekeringsarts b&b. Naar aanleiding van een telefoongesprek tussen eiseres en een bezwaarmedewerker van het UWV is besloten dat er niet langer een hoorzitting in bezwaar zou plaatsvinden. Eiseres heeft daarbij niet geweten dat door het laten vervallen van de hoorzitting zij niet langer een gesprek zou hebben met de verzekeringsarts b&b. Eiseres heeft tijdens dit gesprek meermaals gevraagd aan de bezwaarmedewerker of de hoorzitting los stond van een gesprek met de verzekeringsarts b&b en richting eiseres werd meermaals bevestigd dat dit twee aparte zaken waren. Eiseres heeft in haar bezwaarschrift reeds heel duidelijk naar voren gebracht dat zij graag een ‘second opinion’ zou willen met inachtneming van de door haar aangevoerde stukken. Zij heeft daarbij ook gesteld dat het lastig voor haar is om schriftelijk uit te leggen waar zij op
gezondheidsgebied allemaal mee te maken heeft. Ondanks het aanbod van eiseres om meer specifieke gegevens aan te leveren, is hierom door het UWV niet gevraagd. Eiseres zou graag alsnog in een medisch spreekuurcontact met de verzekeringsarts b&b haar situatie verder toelichten. Ten onrechte wordt door de verzekeringsarts b&b gesteld dat een persoonlijk contact niets zou kunnen toevoegen.
Eiseres is van mening dat zowel in de actuele situatie als op haar 18e verjaardag sprake was van ontbreken van arbeidsvermogen. Het onderzoek van de verzekeringsartsen is onzorgvuldig en onvolledig geweest.
De verzekeringsarts b&b heeft ten onrechte de actuele situatie van eiseres niet beoordeeld aan de hand van de bezwaargronden. Zo heeft eiseres in bezwaar naar voren gebracht dat haar belastbaarheid te hoog wordt ingeschat, dat slechthorendheid slechts een deel van de problemen met haar oor is, dat sprake is van een verlet die groter is dan 25% van de werktijd en dat het verloop van haar aandoening alles behalve stabiel is. Eiseres heeft verder naar voren gebracht dat zij vaak ziek is, op regelmatige basis specialistische zorg nodig heeft, hulp in de huishouding ontvangt vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De vermoeidheid die veroorzaakt wordt door de infecties en het vele ziek zijn zorgen ervoor dat zij moeite heeft met het volledig functioneren in haar rol als moeder. Naast de ondersteuning vanuit de Wmo, ontvangt eiseres ook hulp van haar moeder en ex-partner. Ten onrechte is dan ook door de verzekeringsartsen overwogen en geconcludeerd dat eiseres met haar beperkingen elke dag taken in het huishouden verricht en daarnaast de zorg en opvoeding van de kinderen volledig op haar neerkomen. Niet is gebleken dat de verzekeringsartsen in hun oordeel rekening gehouden hebben met het feit dat eiseres op veel gebieden ondersteuning ontvangt en dus niet zelfstandig al de genoemde taken uitvoert.
Met betrekking tot de situatie van eiseres op haar 18e verjaardag is de verzekeringsarts b&b er aan voorbij gegaan dat zij wel een Hbo-opleiding heeft afgerond, maar dat zij hierbij veel vertraging heeft opgelopen en veel lessen heeft moeten missen vanwege verlet. Eiseres heeft in plaats van de voorgeschreven vier jaar er vijf jaar over gedaan om de opleiding met succes af te ronden. Eiseres is het middelbaar onderwijs begonnen op het gymnasium, maar is vanwege haar vele afwezigheid in snel tempo naar een steeds lager niveau afgezakt. In de derde klas van de Havo heeft zij vanwege de vele afwezigheid haar middelbare school moeten staken. Zij heeft de Havo via volwassenenonderwijs moeten afronden. Het is voor eiseres niet duidelijk geweest dat aanvullende medische informatie noodzakelijkerwijs door haar aangeleverd diende te worden. Eiseres heeft in het gesprek met de sociaal medisch verpleegkundige al veel informatie verstrekt. Daarnaast blijkt ook uit het dossier nog aanvullende informatie van de situatie op en rondom haar 18e verjaardag. Zo heeft eiseres in haar brieven van 23 oktober 2023 en 30 april 2024 medische informatie ingezonden. In beroep heeft eiseres aanvullende medische informatie overgelegd.
Eiseres heeft verder gesteld dat er op basis van de verzekeringsgeneeskundige Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid (Standaard Duurbelasting) sprake zou moeten zijn van een verdere urenbeperking dan door de verzekeringsartsen is aangenomen op de geïndiceerde gebieden (stoornis in de energiehuishouding, preventief en verminderde beschikbaarheid). Bij eiseres is sprake van een tekort aan energie door onder meer infecties aan haar luchtweg/longen. Verder is er sprake van een te groot energieverbruik door een auto-immuunziekte/chronische ontstekingsprocessen. Daarbij is er ook sprake van verminderde mogelijkheden tot recuperatie. Uit het spreekuurcontact met de primaire verzekeringsarts is
gebleken dat zij zich in de ochtend al niet fit voelt. Zij kan daarbij gedurende de dag niet teveel zaken doen. Vanuit de Standaard Duurbelastbaarheid volgt dat bij sommige auto-immuun aandoeningen de duurbelastbaarheid wordt beperkt op preventieve gronden. Vanwege de vele ziekenhuisopnamen/ingrepen en onderzoeken is eiseres bovendien verminderd beschikbaar. Eiseres heeft een overzicht aangeleverd van de hoeveelheid bezoeken en ingrepen die hebben plaatsgevonden, waarmee gemotiveerd is onderbouwd dat er sprake is van verminderde beschikbaarheid. Zij is dan ook niet vier uur per dag belastbaar. Door de verzekeringsartsen is ook niet gemotiveerd waarop het oordeel is gebaseerd dat het verlet van eiseres kleiner is dan 25% van de werktijd mits rekening wordt gehouden met de gestelde beperkingen. Eiseres is daarbij de afgelopen jaren nog verder beperkt geraakt, waardoor haar belastbaarheid verder is teruggelopen.
De arbeidsdeskundigen zijn in het arbeidsdeskundig onderzoek uitgegaan van de onjuiste
conclusie van de verzekeringsartsen. Wat er toe leidt dat ook het oordeel van de arbeidsdeskundigen op onjuiste wijze tot stand is gekomen.
De primaire arbeidsdeskundige heeft overleg gevoerd met de primaire verzekeringsarts, omdat er blijkbaar vragen bestonden bij de arbeidsdeskundige over het verhoogde verzuimrisico en in hoeverre dit verdisconteerd zou zijn in de arbeidsduurbeperking. Opgenomen is dat het een risico zou betreffen dat zich niet met zekerheid in een bepaalde mate en bepaalde frequentie zou voordoen. Dit standpunt kan door eiseres niet worden gevolgd, omdat zij uitgebreid heeft onderbouwd in welke mate er bij haar sprake is van verlet, onderzoeken, opnamen en ingrepen. Er is dus een zekere mate van zekerheid dat zich verzuim voordoet en dat risico is ook groter dan 25%. Eiseres heeft, nadat de Indicatie banenafspraak in 2017 is afgegeven, ook verplicht gesolliciteerd, maar dit heeft er in geen enkel geval toe geleid dat zij aan het werk kon bij een werkgever. Een werkgever wil primair dat er een werknemer is die de werkzaamheden kan verrichten, waarbij de werkgever er niet veel aan heeft dat het financieel risico door een no-riskpolis wordt afgedekt, want het werk blijft liggen. Dat er na het eerste overleg nog altijd twijfel was bij de arbeidsdeskundige over de belastbaarheid blijkt ook uit de rapportage, omdat er een dag later wederom door de arbeidsdeskundige contact met de verzekeringsarts is opgenomen.
Eiseres is van mening dat zij de door de arbeidsdeskundige(n) uitgekozen taak van Telefonisch informatie verstrekken niet kan uitvoeren als gevolg van de gevolgen van haar ziekte op haar functioneren. Hetzelfde geldt voor de door de arbeidsdeskundige b&b uitgekozen taak van Invoeren van gegevens.
Standpunt UWV in reactie op het beroep van eiseres
10. Het UWV heeft vooropgesteld dat sprake is van een laattijdige aanvraag. Dit betekent dat van eiseres verwacht wordt dat zij haar standpunt met (medische) stukken onderbouwt. De verzekeringsartsen hebben overwogen dat er bij eiseres sprake is van ziekte of gebrek op haar 18e verjaardag en dat zij arbeidsvermogen had op het moment van de aanvraag, te weten 17 september 2023. De verzekeringsartsen hebben verder, onder verwijzing naar de medische rapportage van 24 november 2017, overwogen dat sprake is van een urenbeperking van 20 uur per week, vier uur per dag. Wanneer de verzekeringsarts vaststelt dat op het moment van de Wajong-aanvraag sprake is van arbeidsvermogen, betekent dit dat er geen recht bestaat op een Wajong-uitkering. Dit betekent dat het niet noodzakelijk is om verder te beoordelen of er arbeidsvermogen was op de 18e verjaardag en in de periode van vijf jaar nadien. De door eiseres in beroep overgelegde medische stukken zijn niet voorgelegd aan de verzekeringsarts b&b, omdat eiseres op de datum van de aanvraag reeds arbeidsvermogen had en deze niet zien op de situatie ten tijde van de aanvraag.
Daarnaast wordt eiseres niet gevolgd in haar stelling dat zij in een medisch spreekuurcontact met de verzekeringsarts b&b de gelegenheid had moeten krijgen om haar situatie nader toe te lichten. Uit vaste jurisprudentie volgt namelijk dat het aan de verzekeringsarts b&b is om te beoordelen of zijn aanwezigheid bij een hoorzitting noodzakelijk is. De verzekeringsarts b&b heeft in zijn rapportage toereikend onderbouwd waarom persoonlijk contact met eiseres niet van toegevoegde waarde werd geacht. Het achterwege laten van een hoorzitting in aanwezigheid van de verzekeringsarts b&b wordt dan ook niet in strijd met de zorgvuldigheid geacht en eiseres is hierdoor niet in haar belangen geschaad.
Overwegingen rechtbank
11. Omdat eiseres haar aanvraag voor een Wajong-uitkering geruime tijd na haar 18e verjaardag heeft ingediend, is sprake van een laattijdige aanvraag.
Het UWV beoordeelt eerst of op de datum van de aanvraag – in dit geval 17 september 2023 – het arbeidsvermogen ontbreekt. Is dat het geval dan wordt gekeken of dat op het 18e jaar ook het geval was. Pas daarna wordt de duurzaamheid beoordeeld.
11.1.
Recht op een Wajong-uitkering ontstaat pas indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft.
Het UWV moet daarom eerst beoordelen of eiseres voldoet aan tenminste een van de volgende voorwaarden:
- eiseres kan geen taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie
- eiseres beschikt niet over basale werknemersvaardigheden
- eiseres kan niet een uur aangesloten werken
- eiseres is niet tenminste vier uur per dag belastbaar (dan wel twee uur per dag belastbaar en in staat het minimumloon te verdienen).
Wordt aan tenminste een van de hiervoor genoemde voorwaarden voldaan dan ontbreekt arbeidsvermogen. Vervolgens moet het UWV dan beoordelen of deze situatie duurzaam is.
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
Is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest?
12. De verzekeringsartsen hebben de gegevens in het dossier bestudeerd. De verzekeringsartsen hadden daarbij de beschikking over uitgebreide medische informatie. Deze informatie is blijkens de medische rapportages betrokken bij de beoordeling. Daarnaast heeft een sociaal medisch verpleegkundige en de primaire verzekeringsarts eiseres gesproken tijdens een spreekuur. De primaire verzekeringsarts heeft eiseres ook psychisch en lichamelijk onderzocht. De verzekeringsarts b&b heeft gemotiveerd afgezien van een spreekuur.
12.1.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) kan de enkele omstandigheid dat een zelfstandig medisch onderzoek door een verzekeringsarts b&b achterwege is gebleven niet leiden tot de conclusie dat reeds daarom sprake is van een onzorgvuldige besluitvorming in bezwaar. [1]
12.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b afdoende gemotiveerd waarom is afgezien van een spreekuur in de bezwaarfase. Daarbij heeft hij kunnen betrekken dat sprake is van een laattijdige aanvraag. Dat eiseres niet wist dat door het laten vervallen van de hoorzitting in bezwaar zij niet langer een gesprek zou hebben met de verzekeringsarts b&b, leidt niet tot een ander oordeel. De verzekeringsarts b&b heeft los daarvan immers beoordeeld of een spreekuur noodzakelijk was. De beroepsgrond dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest, slaagt gelet op het voorgaande niet.
Was eiseres 4 uur per dag belastbaar ten tijde van de aanvraag?
13. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsartsen een urenbeperking van 4 uur per dag hebben aangenomen. Hoewel de rechtbank erkent dat dit een forse urenbeperking is, stelt de rechtbank ook vast dat de verzekeringsartsen niet hebben toegelicht op basis waarvan een urenbeperking wordt aangenomen en niet hebben gemotiveerd waarom tot een urenbeperking van 4 uur is besloten. Ter zitting heeft het UWV toegelicht dat de urenbeperking is aangenomen vanwege een stoornis in de energiehuishouding, preventieve redenen en verminderde beschikbaarheid. Verder heeft het UWV ter zitting aangegeven dat op basis van het dagverhaal van eiseres en de medische rapportage van 24 november 2017 betreffende de indicatie in het kader van de Participatiewet besloten is tot deze urenbeperking. De rechtbank stelt echter vast dat ook in deze rapportage geen nadere toelichting wordt gegeven over deze urenbeperking. Met betrekking tot het dagverhaal van eiseres overweegt de rechtbank dat daaruit een wisselend beeld naar voren komt van de huishoudelijke - en zorgtaken van eiseres. Zo wordt vermeld dat eiseres vaak ondersteuning krijgt van haar moeder en ex-partner die bijvoorbeeld de kinderen uit school halen of boodschappen doen, maar wordt ook vermeld dat eiseres de verantwoordelijkheid voor de zorg van haar kinderen aan kan en dat zij zelf de kinderen wegbrengt en ophaalt en boodschappen doet. Hierdoor blijft onduidelijk hoe de verzekeringsartsen op basis van het dagverhaal hebben besloten tot een urenbeperking van 4 uur.
Daarnaast hebben de verzekeringsartsen geen aandacht besteed aan de verminderde beschikbaarheid van eiseres en mist de rechtbank op dit punt een concrete onderbouwing toegespitst op de persoon van eiseres. Dat sprake is van verminderde beschikbaarheid, wordt bevestigd door de brief van 8 april 2025 van de internist immunoloog waarbij eiseres al enkele jaren op het spreekuur komt. Dat er sprake zou zijn van een ziekteverzuim lager dan 25%, wordt kennelijk mede in de sleutel van de urenbeperking geplaatst. Ter zitting heeft het UWV erkend dat ook de motivering op dit punt te wensen overlaat.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres op de datum van de aanvraag 4 uur per dag belastbaar was en dus beschikte over arbeidsvermogen.
Had eiseres arbeidsvermogen op haar 18e verjaardag?
14. In het geval van een laattijdige aanvraag moet het UWV ook onderzoeken of eiseres binnen de reeds verstreken periode van vijf jaar na haar verjaardag alsnog jonggehandicapte is geworden. [2] Volgens vaste rechtspraak draagt de aanvrager in geval van een laattijdige aanvraag de bewijslast om met objectieve medische gegevens aannemelijk te maken dat zij op haar 18e verjaardag en vijf jaar daarna voldeed aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen. [3]
14.1.
De rechtbank stelt vast dat de te beoordelen periode loopt vanaf de 18e verjaardag van eiseres, [geboortedag] 2008, tot en met [datum] 2013.
14.2.
De verzekeringsarts b&b heeft geconcludeerd dat ook in deze periode sprake was van arbeidsvermogen, omdat eiseres een (voltijds) Hbo-opleiding heeft kunnen volgen en afronden. Ook wordt overwogen dat eiseres een deel van haar studie gecombineerd heeft met arbeid. De rechtbank overweegt in dit kader dat blijkens de werkinstructie laattijdige aanvragen een belangrijke indicator voor arbeidsvermogen is het feit is dat een burger gewerkt heeft. In dat geval is het aannemelijk dat een burger in een bepaalde periode arbeidsvermogen had. De arbeidsdeskundige onderzoekt in dat geval echter wel hoe de burger toen heeft gefunctioneerd en waarom de burger gestopt is met werken. De arbeidskundige heeft echter niet gemotiveerd hoe eiseres in de te beoordelen periode heeft gefunctioneerd en waarom zij is gestopt met werken. Dit klemt te meer nu uit het Arbeidsdeskundig rapport Beoordeling indicatie banenafspraak van 27 november 2017 blijkt dat aan eiseres meermalen geen vast contract werd aangeboden, omdat zij regelmatig ziek was.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat het UWV ook onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres op haar 18e verjaardag en vijf jaar daarna beschikte over arbeidsvermogen.

Conclusie en gevolgen

15. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen om een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om van deze mogelijkheid gebruik te maken.
De rechtbank zal de verzekeringsarts b&b in de gelegenheid stellen om met inachtneming van de medische gegevens en de bezwaargronden nader te motiveren dat eiseres op de datum van de aanvraag 4 uur per dag belastbaar was. Indien de verzekeringsarts b&b tot de conclusie komt dat op dat moment arbeidsvermogen ontbrak, dient te worden beoordeeld of eiseres op haar 18e verjaardag en de vijf jaar daarna over arbeidsvermogen beschikte en eventueel wanneer dat arbeidsvermogen verloren is gegaan. Daarbij dient in acht te worden genomen dat eiseres heeft gesteld dat zij regelmatig uitviel vanwege ziekte en dat het dossier indicaties bevat dat werkgevers het daarom niet aandurfden om haar een vast contract aan te bieden.
15.1.
De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het UWV het gebrek kan herstellen op acht weken na verzending van deze tussenuitspraak. Het UWV moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb en om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of het gebruikmaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het UWV gebruikmaakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. In beginsel, ook in de situatie dat het UWV de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
15.2.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
- stelt het UWV in de gelegenheid om binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- draagt het UWV op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of het gebruikmaakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 30 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Bijlage wettelijk kader

Wajong
Artikel 1a:1, eerste lid
Jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de ingezetene die:
op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;
na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.
Artikel 1a:1, tweede lid
De ingezetene die op de dag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, wordt alsnog jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond, op de dag, bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1a:1, zesde lid
De beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.
Artikel 1a:1, achtste lid
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels worden gesteld. Bedoelde algemene maatregel van bestuur is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (het Schattingsbesluit).
Schattingsbesluit
Artikel 1a, eerste lid
Betrokkene heeft geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong, indien hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Artikel 1a, tweede lid
Een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen.

Voetnoten

1.Bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 5 juni 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:1920).