ECLI:NL:RBZWB:2026:2179
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering en beëindiging Ziektewetuitkering bevestigd door rechtbank
Eiser, werkzaam als monteur afmontage, viel uit wegens rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat hij 23,82% arbeidsongeschikt is, onvoldoende voor een WIA-uitkering. Eiser ontving daarna een WW-uitkering, die eindigde waarna een Ziektewetuitkering werd toegekend. Deze werd later beëindigd omdat eiser geschikt werd geacht voor zijn eigen werk.
Eiser voerde aan dat zijn medische situatie ernstiger was dan vastgesteld en dat de beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door artsen en verzekeringsartsen, die geen aanwijzingen vonden voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid of toegenomen beperkingen.
De functies die het UWV als passend aanmerkte (administratief medewerker, inpakker, telefonist) werden als geschikt beoordeeld. Eiser bracht geen overtuigend bewijs dat hij deze functies niet kon verrichten. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waardoor de besluiten van het UWV standhouden en eiser geen recht heeft op WIA-uitkering of voortzetting van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd en de Ziektewetuitkering heeft beëindigd.