ECLI:NL:RBZWB:2026:2005

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
19 maart 2026
Zaaknummer
11798861 \ CV EXPL 25-3639 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Vermariën
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 7:18 BWArt. 7:21 BWArt. 7:22 BWArt. 7:23 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding koopovereenkomst auto wegens te late klacht over motorstoringen

Op 28 november 2023 kocht eiseres een tweedehands Citroën C3 bij Autopunt Tilburg B.V. Negen maanden na de eerste motorstoringsmelding klaagde zij over diverse motorproblemen en wilde zij de koop ontbinden wegens non-conformiteit of vernietigen wegens dwaling. Autopunt Tilburg B.V. betwistte non-conformiteit en stelde dat eiseres te laat had geklaagd, waardoor zij haar rechten verloor.

De kantonrechter oordeelde dat eiseres vanaf mei 2024 bekend was met het hoge olieverbruik en de motorstoringen, maar pas eind oktober 2024 officieel klaagde. Dit was niet binnen bekwame tijd, waardoor zij niet meer kon terugvallen op non-conformiteit of dwaling. Het doorrijden met frequente storingen en het late klagen benadeelde de verkoper in zijn bewijspositie.

Het verzoek tot overlegging van stukken op grond van artikel 843a Rv werd afgewezen omdat eiseres deze stukken al had ingebracht. De vorderingen tot ontbinding, vernietiging, schadevergoeding en kosten werden afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van €1.008,00. Het vonnis werd gewezen door rechter Vermariën op 18 maart 2026.

Uitkomst: Vorderingen tot ontbinding en vernietiging van de koopovereenkomst worden afgewezen wegens te late klacht over motorstoringen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11798861 \ CV EXPL 25-3639
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari,
tegen
AUTOPUNT TILBURG B.V.,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Autopunt Tilburg B.V.,
gemachtigde: mr. J.A.M. Drinkenburg, DAS Rechtsbijstand Amsterdam.

1.De zaak in het kort

[eiser] heeft een auto gekocht bij Autopunt Tilburg B.V. Negen maanden nadat zij een eerste motorstoring krijgt, klaagt zij over problemen met de auto. Zij wil de koopovereenkomst ontbinden op grond van non-conformiteit dan wel vernietigen op grond van dwaling. De kantonrechter is echter van oordeel dat [eiser] te lang is doorgereden met de auto, terwijl er elke twee à drie weken een motorstoring was en daarom te laat heeft geklaagd. Het gevolg daarvan is dat haar vorderingen worden afgewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de brief van 8 oktober 2025 met de uitnodiging voor de mondelinge behandeling
- de mondelinge behandeling van 16 februari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat er vonnis wordt gewezen.

3.De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
- Op 28 november 2023 heeft [eiser] een Citroën C3 uit 2018 gekocht bij Autopunt Tilburg B.V.
- [eiser] heeft voor de auto de vraagprijs van € 12.999,00 betaald. Op dat moment had de auto een kilometerstand van 100.111 en was de APK nog geldig tot april 2024.
- Autopunt Tilburg B.V. heeft drie maanden huisgarantie gegeven op de auto.
- Op 1 februari 2024 heeft [eiser] groot onderhoud aan de auto laten uitvoeren. De kilometerstand was op dat moment 103.822. Op de bon van de garage staat dat 3.2 liter motorolie in rekening is gebracht.
- Op 2 april 2024 heeft [eiser] een APK laten uitvoeren. De kilometerstand was op dat moment 107.581. Op de bon van de garage staat dat 2 liter motorolie in rekening is gebracht.
- Op 24 oktober 2024 is de zoon van [eiser] bij Autopunt Tilburg B.V. geweest. Daar heeft hij verteld dat er problemen waren met de auto en gevraagd of Autopunt Tilburg B.V. de auto terug wilde kopen. Autopunt Tilburg B.V. zou erop terugkomen.
- Op 13 november 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] een brief gestuurd aan Autopunt Tilburg B.V. Daarin schrijft hij onder andere:
“De gebreken aan de door u aan cliënt verkochte auto zijn hierna omschreven.
- Motorstoringsmelding
- Overmatig olieverbruik (3 liter per 1.000 km)
- Motor hapert
- Derde cilinder krijgt geen vermogen
- Vermenging van koelvloeistof en motorolie
[…]
U dient binnen zeven dagen na dagtekening van dit schrijven:
-
Indien cliënt de auto nog onder zich heeft, deze op te halen. U kunt daarvoor een afspraak inplannen bij mij.
-
Vervangend vervoer bij cliënt achterlaten zodat deze beschikt over een gelijkwaardig vervoersmiddel.
-
Het gebrek herstellen (nakoming door u van de overeenkomst).
-
Geen kosten in rekening brengen bij cliënt.”
- Op 29 november 2024 heeft de RDW de auto op verzoek van [eiser] geschorst.
- In december 2024 heeft [eiser] haar klachten over de auto voorgelegd aan [garagebedrijf 2].
- Per brief van 16 januari 2025 heeft de gemachtigde van Autopunt Tilburg B.V. aansprakelijkheid afgewezen en voorgesteld om onderzoek te doen en een herstelofferte op te laten stellen.
- In februari 2025 heeft Autopunt Tilburg B.V. de auto door [garagebedrijf 1] laten onderzoeken. [garagebedrijf 1] heeft een herstelofferte uitgebracht.
- Op 19 maart 2025 heeft [eiser] aan Autopunt Tilburg B.V. een brief gestuurd waarin zij de koopovereenkomst ontbindt.
- De gemachtigde van Autopunt Tilburg B.V. heeft per e-mailbericht van 28 maart 2025 betwist dat de overeenkomst ontbonden is. Als bijlage heeft zij de herstelofferte van [garagebedrijf 1] meegestuurd en een schikkingsvoorstel gedaan waarbij beide partijen de helft van de kosten betalen.
- [eiser] is met dit voorstel niet akkoord gegaan.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert - samengevat - voor recht te verklaren dat de bestaande koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden, althans deze te ontbinden dan wel te vernietigen en dat Autopunt Tilburg B.V. de koopsom moet terugbetalen inclusief eventuele transportkosten en de auto moet vrijwaren op straffe van een dwangsom. Meer subsidiair vordert zij herstel. Ook wil zij dat Autopunt Tilburg B.V. de buitengerechtelijke kosten, onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies en proceskosten moet betalen. Tot slot heeft zij een beroep gedaan op de exhibitieplicht van 843a Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering)
4.2.
Daarvoor voert [eiser] het volgende aan. Er is sprake van consumentenkoop, omdat zij de auto niet heeft gekocht voor haar eenmanszaak, maar voor haarzelf en haar zoon. Na de koop heeft zij geconstateerd dat de auto gebreken vertoont. Daarom is volgens haar sprake van non-conformiteit en geldt het bewijsvermoeden dat als de auto binnen een jaar gebreken vertoont, deze gebreken al bij de levering aanwezig waren. Autopunt Tilburg B.V. heeft de gebreken niet hersteld en is daarom tekortgeschoten in haar verplichtingen uit artikel 7:21 en Pro 7:22 BW (Burgerlijk Wetboek). Op grond daarvan heeft [eiser] de koopovereenkomst ontbonden. De schade die zij als gevolg van het handelen van Autopunt Tilburg B.V. heeft geleden, wil zij op grond van artikel 7:24 BW Pro vergoed krijgen. Subsidiair beroept [eiser] zich op dwaling. Om de dwaling te kunnen onderbouwen heeft [eiser] een verzoek gedaan op grond van 843a Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) om overlegging van de advertentie en inkoopfactuur, althans inruilverklaring waarmee Autopunt Tilburg B.V. de auto destijds heeft gekocht.
4.3.
Autopunt Tilburg B.V. voert verweer. Autopunt Tilburg B.V. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Autopunt Tilburg B.V. betwist dat sprake is van non-conformiteit. Gezien de leeftijd, kilometerstand en prijs van de auto kon [eiser] verwachten dat een defect als slijtage zich kon voordoen. Niet blijkt dat de auto bij aflevering gebrekkig was. Omdat er volgens haar geen sprake is van consumentenkoop, kan [eiser] geen beroep doen op het bewijsvermoeden van artikel 7:18 BW Pro. In ieder geval heeft [eiser] volgens Autopunt Tilburg B.V. te laat geklaagd over problemen, zodat zij niet heeft voldaan aan haar klachtplicht op grond van artikel 7:23 BW Pro. [eiser] had veel eerder moeten melden dat er problemen waren, zodat Autopunt Tilburg B.V. eerder in had kunnen grijpen en grotere problemen had kunnen voorkomen. Tot slot betwist Autopunt Tilburg B.V. dat zij onjuiste of misleidende informatie heeft gegeven aan [eiser] , zodat geen sprake kan zijn van dwaling omtrent de technische staat van de auto.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Het verzoek om stukken over te leggen wordt afgewezen
5.1.
In verband met het artikel 843a Rv-verzoek tot het overleggen van de afschriften van de advertentie en inkoopfactuur, althans inruilverklaring, merkt de kantonrechter op dat voor procedures die op of na 1 januari 2025 aanhangig zijn gemaakt De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht geldt. Een verzoek moet daarom voldoen aan de vereisten van artikel 194 Rv Pro. Omdat [eiser] zelf deze stukken al in het geding heeft gebracht, heeft zij geen belang meer bij dit verzoek, zodat de kantonrechter dit verzoek afwijst.
Non-conformiteit
5.2.
[eiser] wil van de koopovereenkomst af, omdat de auto volgens haar non-conform is. De regeling voor non-conformiteit is in de wet opgenomen in artikel 7:17 BW Pro. Daaruit volgt dat een zaak (in dit geval de auto) op het moment van levering de eigenschappen moet hebben die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Dit zijn de eigenschappen die voor een normaal gebruik nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Bij de koop van een tweedehands auto geldt als uitgangspunt dat deze in ieder geval niet beantwoordt aan de overeenkomst, als deze als gevolg van een gebrek een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. Een tweedehands auto kan ook non-conform zijn, als deze andere gebreken heeft. [1]
5.3.
Volgens [eiser] voldoet de auto niet aan de overeenkomst, omdat sprake is van motorstoringen, overmatig olieverbruik, een haperende motor, het ontbreken van vermogen van de derde cilinder en vermenging van koelvloeistof en motorolie. Hoewel [eiser] het bestaan van deze gebreken niet heeft onderbouwd – de door haar ingeschakelde [garagebedrijf 2] heeft namelijk geen onderzoek aan de auto verricht, maar slechts de door [eiser] zelf benoemde klachten genoteerd – heeft Autopunt Tilburg B.V. niet gemotiveerd betwist dat inmiddels sprake is van substantiële gebreken aan de motor. Autopunt Tilburg B.V. heeft een namelijk eigen onderzoek laten uitvoeren door [garagebedrijf 1] die heeft geadviseerd over te gaan op een reparatie ter hoogte van € 4.253,72 inclusief btw.
[eiser] heeft niet voldaan aan haar klachtplicht
5.4.
Het meest vergaande verweer van Autopunt Tilburg B.V. is dat [eiser] te laat heeft geklaagd over non-conformiteit. In dat geval kan [eiser] geen beroep meer doen op eventuele non-conformiteit. De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer slaagt en overweegt als volgt.
5.5.
Uit artikel 7:23 BW Pro volgt dat de koper er geen beroep meer op kan doen dat wat is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, als hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, heeft laten weten. Een verkoper heeft er namelijk belang bij tijdig op de hoogte te worden gesteld als een koper gebreken constateert en de wet beschermt een verkoper tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten. Dit is de zogenoemde klachtplicht. Bij een consumentenkoop geldt dat een klacht in ieder geval op tijd is ingediend als dat binnen twee maanden na de daadwerkelijke ontdekking is gebeurd. Een vaste termijn kan echter nooit worden gegeven. De vraag of binnen bekwame tijd is geklaagd, moet dan ook worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het geval. Daarbij is ook van belang in hoeverre de belangen van de verkoper daarbij al dan niet zijn geschaad, bijvoorbeeld doordat hij in zijn bewijspositie is geschaad of is beperkt in zijn mogelijkheden de gevolgen van de gestelde gebreken te beperken.
5.6.
De kantonrechter laat in het midden of [eiser] als consument de auto heeft gekocht, of bedrijfsmatig vanuit haar eenmanszaak. In beide gevallen heeft zij namelijk te laat geklaagd. Dat wordt hieronder toegelicht.
5.7.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de zoon van [eiser] toegelicht dat hij kort na de aankoop van de auto in februari 2024 voor het eerst een motorstoringsmelding zag. Hij heeft dit niet gemeld bij Autopunt Tilburg B.V., maar het zelf opgelost door de motorolie bij te vullen. Bij de onderhoudsbeurt in februari 2024 had de monteur van de eigen garage van [eiser] volgens haar verteld dat een hoog olieverbruik bij deze auto’s normaal was en is de olie weer bijgevuld. Op enig moment was er echter iedere twee tot drie weken een motorstoring en [eiser] moest dan de olie bijvullen. Vanaf ongeveer mei 2024, de kilometerstand was volgens [eiser] toen 107.088 kilometer, is [eiser] het olieverbruik precies gaan bijhouden en constateerde zij dat het olieverbruik zo’n 3 liter per 1.000 kilometer was. Op 20 oktober 2024 was er weer een motorstoring, waarna de zoon van [eiser] niet meer verder kon rijden. De auto is toen door de ANWB weggesleept en [eiser] heeft aan Autopunt Tilburg B.V. laten weten dat er problemen waren.
Welke problemen er volgens haar precies waren, heeft zij via haar gemachtigde per brief op 13 november 2024 aan Autopunt Tilburg B.V. laten weten. Dit was negen maanden na de eerste motorstoringsmelding en een half jaar nadat zij een olieverbruik van 3 liter per 1.000 kilometer had geconstateerd.
5.8.
Handelde [eiser]
nietals consument, maar vanuit haar eenmanszaak, dan moest zij klagen binnen bekwame tijd nadat zij het gebrek had ontdekt óf had behoren te ontdekken. Op [eiser] rustte in dat geval een onderzoeksplicht. Zij moest met bekwame spoed onderzoeken of de auto aan de verbintenis beantwoordde en, indien dit niet het geval bleek te zijn, dit met spoed aan de verkoper mededelen. [2] [eiser] heeft voor oktober 2024 echter geen enkel onderzoek laten doen naar de oorzaak van de motorstoringen of de weglekkende olie of hier melding van gemaakt bij Autopunt Tilburg B.V., terwijl al kort na aankoop bleek dat hier sprake van was. De enkele algemene opmerking bij haar eigen garage dat zij wel erg vaak olie moest bijvullen, is onvoldoende.
5.9.
Handelde [eiser] als consument, dan is bepalend wanneer [eiser] het gebrek daadwerkelijk heeft ontdekt. Een consument heeft in beginsel geen onderzoeksplicht naar mogelijke gebreken. Het is echter niet zo dat [eiser] er absoluut zeker van moest zijn dat Autopunt Tilburg B.V. als verkoper was tekortgeschoten. Vereist is dat zij er met een voldoende mate van waarschijnlijkheid vanuit moest gaan dat de geleverde prestatie niet aan de overeenkomst beantwoordde. [3]
5.10.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] het in ieder geval vanaf mei 2024 duidelijk moest zijn dat de auto gebreken vertoonde, nadat zij bekend was geworden met het hoge olieverbruik (3 liter per 1.000 kilometer) en de herhaalde motorstoringen. [eiser] heeft in dit kader verklaard dat haar eigen garage had aangegeven dat een hoog olieverbruik bij dit soort auto’s normaal was en dat Autopunt Tilburg B.V. haar deze garage had aanbevolen. Autopunt Tilburg B.V. heeft desgevraagd toegelicht dat zij op de vraag van [eiser] wat een goede garage was, alleen de naam en adresgegevens van deze garage heeft doorgegeven. Naar het oordeel van de kantonrechter volgt hieruit nog niet dat iedere mededeling van deze garage aan Autopunt Tilburg B.V. moet worden toegerekend.
Hierbij komt nog dat [eiser] vanaf mei 2025 het motorolieverbruik voor zichzelf is gaan bijhouden, omdat ze dit erg hoog vond en herhaaldelijk motorstoringen kreeg. Hieruit blijkt dan ook dat zij het olieverbruik excessief vond en in zoverre niet blind voer op de algemene mededeling van haar garage. Opvallend is dat [eiser] het olieverbruik is gaan bijhouden op het moment dat de kilometerstand 107.088 kilometer bedroeg. Op het moment dat de auto stilviel in oktober 2024 was de kilometerstand 121.895 kilometer. Dit betekent dat [eiser] in de tussenliggende periode van mei tot oktober 2024 minstens 40 liter motorolie heeft moeten bijvullen. Dat de auto waarschijnlijk niet aan de overeenkomst beantwoordde, had haar ook daarom duidelijk moeten zijn.
5.11.
[eiser] had dus in ieder geval vanaf mei 2024 moeten klagen, maar zij heeft dit pas eind oktober 2024 gedaan. Dit was niet meer binnen bekwame tijd. Daarbij weegt in het bijzonder mee dat Autopunt Tilburg B.V. nadeel ondervindt door de lange tijd dat [eiser] heeft gewacht met klagen. Ondanks alle storingsmeldingen en het vaak moeten bijvullen van olie, heeft [eiser] nog zo’n 20.000 kilometer met de auto gereden en inmiddels zou er – volgens haar eigen stellingen – sprake zijn van ernstige gebreken. Partijen zijn het erover eens dat er risico’s verbonden zijn aan het weglekken van motorolie en het door blijven rijden. Dat betekent dat het onduidelijk is of de huidige gebreken zijn verergerd door het door blijven rijden met de weglekkende motorolie. Daardoor is Autopunt Tilburg B.V. in ieder geval in een moeilijkere bewijspositie gekomen.
5.12.
Omdat [eiser] te laat heeft geklaagd,kan zij geen beroep doen op non-conformiteit. Dat betekent dat er geen sprake kan zijn van ontbinding van de koopovereenkomst. De vorderingen in verband daarmee, wijst de kantonrechter daarom af. Ook de vordering van [eiser] tot vernietiging op grond van dwaling kan om deze reden niet slagen. Het te laat klagen staat namelijk ook in de weg aan een vordering op grond van dwaling, gebaseerd op feiten die eveneens de stelling zouden kunnen rechtvaardigen dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. [4] Nu [eiser] aan haar beroep op dwaling ten grondslag legt dat de auto onder een onjuiste voorstelling van zaken is gesloten, onder andere vanwege het hoge olieverbruik en de motorstoringen, is hier sprake van.
5.13.
De vorderingen van [eiser] in verband met door haar gemaakte of te maken kosten in verband met de auto, onderzoek en incassokosten en het vrijwaren en terugleveren van de auto door Autopunt Tilburg B.V. zijn nauw verbonden met de hiervoor beoordeelde vorderingen. Omdat de kantonrechter die afwijst, worden ook deze daaraan verbonden vorderingen afgewezen.
5.14.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Autopunt Tilburg B.V. worden begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.008,00

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Vermariën en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.

Voetnoten

1.Zie o.a. Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3097.
2.Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 316-317.
3.Zie Hoge Raad 25 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5383, rov. 3.4.5.
4.Zie onder andere Parl. Gesch. Boek 7, (Inv. 3, 5 en 6) blz. 146-147 en 152 en Hoge Raad 29 juni 2009, ECLI:NL:HR:2007:AZ7617, rov. 3.8.