Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op de Burgemeester Letschertweg te Tilburg op 21 juni 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 3 maart 2026 was geen vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie aanwezig, en werden persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger niet als standpunt erkend. Betrokkene en zijn gemachtigde waren eveneens afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs leverde voor de overtreding en verwierp het verweer dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wegens doorrijden bij rood licht wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en er wordt een proceskostenvergoeding toegekend.