Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Provinciale weg (N269) te Hilvarenbeek op 13 juli 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting was de officier van justitie niet vertegenwoordigd, en de kantonrechter nam geen kennis van de persoonlijke aantekeningen van de zittingsvertegenwoordiger. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant, die voldoende grondslag bood voor de vaststelling van de overtreding. De verdediging voerde aan dat er ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden, maar dit werd niet voldoende onderbouwd.
De kantonrechter constateerde dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.