Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op de Wilgenstraat te Tilburg op 16 december 2022. Betrokkene voerde aan dat zij de gedraging niet had verricht en dat het een subjectief oordeel van de verbalisant betrof. Ook stelde zij dat haar zoon de bestuurder was en dat het onredelijk was dat in korte tijd drie boetes werden opgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat er geen reden is om aan die verklaring te twijfelen. Tevens is het mogelijk met het voertuig van betrokkene onnodig geluid te veroorzaken, waardoor de boete terecht is opgelegd.
Echter is de redelijke termijn van behandeling van de zaak overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag terugbetalen. Het beroep wordt daarom gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond; boete gematigd met 25% wegens overschrijding redelijke termijn.