Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets, geconstateerd op 24 oktober 2023 via RDW-registercontrole. Betrokkene stelde dat hij de herinneringsbrief niet had ontvangen en daardoor de schorsing niet tijdig kon verlengen, waardoor de overtreding onbedoeld plaatsvond.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar vroeg om matiging vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is voor het verzekeren of schorsen van het voertuig.
De redelijke termijn van twee jaar voor behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en betrokkene werd opgedragen het resterende bedrag te betalen.
De uitspraak werd gedaan op 2 januari 2026 door kantonrechter W.H.C. van Eck, en betrokkene kon binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De boete voor het niet verzekeren van de bromfiets wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.