Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, ondanks een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin een beslistermijn was gesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van twee weken na verzending van deze uitspraak, omdat meer dan 60 weken zijn verstreken sinds het verstrijken van de wettelijke beslistermijn. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om de rechterlijke dwangsom die voortvloeit uit de eerdere uitspraak vast te stellen of te handhaven, omdat dit onder de burgerlijke rechter valt. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.