ECLI:NL:RBZWB:2026:1362
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen last onder dwangsom en invordering wegens permanente bewoning recreatiewoning
Eisers zijn eigenaren van een recreatiewoning die zij permanent bewonen, in strijd met het Omgevingsplan van de gemeente Schouwen-Duiveland. Het college heeft meerdere malen een last onder dwangsom opgelegd en deze dwangsommen geïnd vanwege voortdurende overtreding. Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden omdat sprake is van een overtreding van het Omgevingsplan. De beginselplicht tot handhaving geldt, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maken. Eisers voerden aan dat er concreet zicht is op legalisatie en dat de dwangsom onevenredig is vanwege hun financiële situatie en de woningmarkt.
De rechtbank stelt vast dat er geen concreet zicht is op legalisatie, omdat het college niet bereid is een omgevingsvergunning te verlenen en de aangekondigde instructieregel nog niet in werking is. Ook is niet gebleken dat eisers voldoende inspanningen hebben verricht om vervangende woonruimte te vinden. De dwangsom is proportioneel en het college heeft het algemeen belang bij handhaving zwaarder mogen laten wegen dan het belang van eisers.
Verder is geen misbruik van bevoegdheid vastgesteld en is het beroep op mensenrechten onvoldoende onderbouwd. Eisers hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat zij de dwangsom niet kunnen betalen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het griffierecht en proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de last onder dwangsom en de invordering daarvan wegens permanente bewoning van een recreatiewoning wordt ongegrond verklaard.