ECLI:NL:RBZWB:2026:122
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Participatiewet-uitkering
Eiseres diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, welke aanvankelijk niet in behandeling werd genomen. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar gegrond en kende zij een uitkering toe per 8 februari 2023, met een blokkering aangekondigd per 1 oktober 2023.
Eiseres stelde beroep in tegen de ingangsdatum van de uitkering en de blokkering, en verzocht om een voorlopige voorziening. Het college stelde de blokkering uit naar 1 mei 2024 en keerde de uitkering over de maanden oktober tot en met december 2023 na. Uiteindelijk kende het college per 17 maart 2025 een bijstandsuitkering toe met ingang van 1 januari 2023.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen procesbelang meer had bij haar beroep, omdat het college haar volledig tegemoet was gekomen met de herziene besluiten. Ook het principiële belang om gehoord te worden en de wens tot vergoeding van proceskosten vormden geen voldoende procesbelang. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Wel veroordeelde de rechtbank het college tot betaling van wettelijke rente over twee nabetalingen en tot vergoeding van proceskosten van €907,-. Het verzoek om griffierechtvergoeding werd afgewezen omdat eiseres dit niet had betaald.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, met toekenning van wettelijke rente en proceskostenvergoeding.