ECLI:NL:RBZWB:2026:1060
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank onbevoegd bij beroep tegen ingebrekestelling en dwangsombesluit belastingaanslag
Belanghebbende heeft de inspecteur in gebreke gesteld wegens het niet tijdig opleggen van de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2023 en verzocht om een dwangsom toe te kennen. De inspecteur wees dit verzoek af omdat het geen beschikking op aanvraag betrof.
Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank Gelderland, die zich onbevoegd verklaarde omdat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over ingebrekestellingen of dwangsombeschikkingen die betrekking hebben op ambtshalve beschikkingen. Na een verzet-uitspraak werd het beroep doorgezonden naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigt haar onbevoegdheid op grond van artikel 26 AWR Pro en artikel 8:1 Awb Pro, omdat het beroep ziet op een ambtshalve beschikking en niet op een beschikking op aanvraag. De rechtbank geeft geen inhoudelijk oordeel en wijst erop dat belanghebbende zich tot de burgerlijk rechter kan wenden voor het verzoek om een dwangsom.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en belanghebbende heeft geen recht op vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter Steijn en griffier Dekkers op 23 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de ingebrekestelling en het verzoek om een dwangsom bij het niet tijdig opleggen van de belastingaanslag IB/PVV 2023.