Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het negeren van een rood verkeerslicht op afrit 11 van de A58 te Tilburg op 29 maart 2023. De betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Tijdens de zitting is de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van de betrokkene en de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig waren.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, voldoende is aangetoond door de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter oordeelt dat er geen reële mogelijkheid was voor de verbalisant om de betrokkene staande te houden, gezien de verkeersdrukte. Dit betekent dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd. Echter, de kantonrechter heeft ook vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, wat leidt tot een matiging van de boete met 25%.
De beslissing van de officier van justitie is gewijzigd, en de boete is vastgesteld op € 210,- plus administratiekosten. Daarnaast is de officier van justitie veroordeeld tot het terugbetalen van een te veel betaalde zekerheid van € 70,- en is er een proceskostenvergoeding toegekend aan de betrokkene. De uitspraak is openbaar gedaan door de kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en de betrokkene heeft de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen.