Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het rijden op het trottoir op de Nieuwlandstraat te Tilburg op 23 februari 2023. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond had verklaard. Tijdens de zitting op 25 november 2025 is de zaak behandeld, waarbij de betrokkene niet aanwezig was, maar wel zijn standpunten had ingediend. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie heeft verzocht om de boete gedeeltelijk te matigen, omdat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging voldoende was aangetoond door middel van schouwrapporten en foto’s. Echter, de rechter heeft ook geoordeeld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar had geduurd. Dit leidde tot de beslissing om de boete met 25% te matigen. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie gewijzigd, waardoor de boete werd verlaagd tot € 112,50, plus administratiekosten. Tevens werd de officier van justitie opgedragen om het teveel betaalde bedrag aan de betrokkene terug te betalen.
De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke termijn in rechtsprocedures en de mogelijkheid tot matiging van boetes in geval van overschrijding.