Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 4 km per uur te hard op de N65 buiten de bebouwde kom te Udenhout op 16 juni 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat eerst door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die in zaken op grond van de Wahv voldoende bewijs vormt. Betrokkene heeft geen concrete feiten aangevoerd die twijfel aan de juistheid van de verklaring rechtvaardigen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden, aangezien de boete op 28 juni 2023 werd opgelegd en de procedure tot 25 november 2025 duurde, ruim vier maanden langer dan de toegestane termijn van twee jaar. Daarom matigt de kantonrechter de boete met 25%.
Daarnaast is een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene, omdat de zaak samenhangt met een andere zaak van dezelfde betrokkene die op dezelfde zitting werd behandeld. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen.
De uitspraak is gedaan door kantonrechter S.W.M. Speekenbrink op 25 november 2025.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard wegens overschrijding redelijke termijn, boete met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.