Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A17 te Oud Gastel op 8 november 2023. Betrokkene voerde aan dat zij niet aan het bellen was, maar met haar hand aan haar hoofd friemelde en dat de verbalisant in opleiding weigerde haar telefoon te bekijken als bewijs.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigen. De boete is daarom terecht opgelegd.
Echter, de procedure duurde ruim een maand langer dan de redelijke termijn van twee jaar, gerekend vanaf het opleggen van de boete. Op grond hiervan matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling worden terugbetaald aan betrokkene.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en de boete wordt vastgesteld op € 285,- plus € 9,- administratiekosten. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.