In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 4 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen vanwege een vermeende gedraging waarbij de verlichting van zijn aanhangwagen niet correct was aangesloten op het trekkende voertuig. De gedraging vond plaats op 22 juli 2023 op de Roosendaalseweg te St. Willebrord. Betrokkene heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat de verlichting wel degelijk werkte en dat de verbalisant, die een spoedgeval had, niet de moeite had genomen om de verlichting te controleren. Tijdens de zitting heeft betrokkene zijn standpunt herhaald en toegevoegd dat hij op de A58 reed en niet op de Roosendaalseweg. De zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie heeft verzocht om de boete te matigen met 25% vanwege een overschrijding van de redelijke termijn. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging voldoende is aangetoond door de verklaring van de verbalisant, maar heeft ook geoordeeld dat de redelijke termijn is overschreden. De boete is daarom met 25% gematigd. De beslissing van de officier van justitie is gewijzigd, en het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald, moet worden terugbetaald.