In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 4 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie ontvangen voor het negeren van een rood verkeerslicht op 4 september 2023. De betrokkene, die als passagier in de auto zat, voerde aan dat de boete niet redelijk was gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat de bestuurder, zijn kleindochter, pas kort haar rijbewijs had. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging waarvoor de boete was opgelegd, inderdaad had plaatsgevonden, maar dat er geen opzet in het spel was. De kantonrechter heeft ook geoordeeld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, wat aanleiding gaf om de boete met 25% te matigen. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, en de boete werd vastgesteld op € 210,- plus administratiekosten. De officier van justitie werd opgedragen om het teveel betaalde bedrag van € 70,- aan de betrokkene terug te betalen.