ECLI:NL:RBZWB:2025:9630

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11414710 MB VERZ 24-909
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete met matiging van de boete

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 4 december 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een verkeersboete. De betrokkene had een administratieve sanctie opgelegd gekregen voor het niet afsluiten van de vereiste verzekering voor een bromfiets, zoals vastgesteld door de RDW op 22 mei 2023. De betrokkene heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Tijdens de zitting op 4 december 2025 was de betrokkene niet aanwezig, maar de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie, D. van der Teen, was wel aanwezig.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, inderdaad heeft plaatsgevonden. De betrokkene had op 26 mei 2023 de scooter verzekerd, maar de vorige verzekering liep tot 5 april 2023, wat betekent dat de betrokkene bijna twee maanden heeft gewacht met het afsluiten van een nieuwe verzekering. De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, maar dat er sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting. De kantonrechter heeft de boete daarom met 25% gematigd, waardoor het totale bedrag op € 315,- kwam, plus € 9,- administratiekosten.

De beslissing van de officier van justitie is gewijzigd, en het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard. De betrokkene heeft de mogelijkheid om binnen 6 weken hoger beroep in te stellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits aan de vereisten wordt voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11414710 \ MB VERZ 24-909
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 4 december 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Namens de officier van justitie is verschenen D. van der Teen (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd door de RDW op 22 mei 2023 om 17.03 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat en voor zover de kantonrechter begrijpt, aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Op 26 mei 2023 ontving betrokkene een brief van de RDW waaruit bleek dat de verzekering van de vorige scooter ([kenteken 1]) niet geschorst was en omgezet was naar de huidige scooter ([kenteken 2]). De tenaamstelling en overschrijving was wel goed doorgevoerd. Naar aanleiding van de brief besloot betrokkene direct om de huidige scooter te verzekeren bij ZLM. ZLM heeft de scooter op 26 mei 2023 verzekerd.
Betrokkene had de verzekeringspremie bij de vorige verzekeraar Voogd en Voogd betaald voor de periode van 1 mei 2023 tot en met 1 juni 2023, wat er op duidt dat betrokkene te goeder trouw heeft gehandeld.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft actie ondernomen naar aanleiding van de brief van de RDW, maar was toen al te laat. De vorige verzekering liep tot 5 april 2023, wat er op duidt dat betrokkene bijna twee maanden heeft gewacht met het afsluiten van een nieuwe verzekering. Dit komt voor eigen rekening en risico van betrokkene.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt wel het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

InhoudelijkDe kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De scooter is op 26 mei 2023 verzekerd. Nu gemachtigde zijn standpunt niet met stukken heeft onderbouwd, en ook niet ter zitting is verschenen, kan niet worden vastgesteld dat betrokkene geen verwijt hiervan kan worden gemaakt.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 11 juli 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna 5 maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 315,-, plus € 9,- administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 4 december 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: