Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Breda op 8 juni 2023. Betrokkene voerde aan dat zij een telefoonhouder en carkit gebruikte en dat de verbalisant haar niet staande had gehouden, wat volgens haar onterecht was.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. De verbalisant kon niet staande houden vanwege een spoedeisende verkeerssituatie, wat volgens de rechter gegrond was. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van de zaak met ruim vier maanden was overschreden.
Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend aan betrokkene. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.