ECLI:NL:RBZWB:2025:9306
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde en proceskostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die aanvankelijk op €370.000 was gesteld en na bezwaar werd verlaagd naar €355.000. Tevens vorderde belanghebbende een hogere vergoeding voor het taxatierapport dat hij had ingediend ter onderbouwing van zijn bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende onderbouwing gaf voor de gevraagde vergoeding van twee uur tegen €53 per uur, mede omdat het taxatierapport grotendeels geautomatiseerd was en weinig individuele correcties bevatte. Hierdoor werd een vergoeding van €52 als redelijk beschouwd.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om vergoeding voor een schriftelijke hoorzitting af, omdat dit volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht niet als een proceshandeling voor vergoeding geldt.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting in stand blijven en belanghebbende geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en de gevraagde proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.