ECLI:NL:RBZWB:2025:9302
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: vergoeding taxatierapport WOZ-waarde woning toegekend
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2023, die aanvankelijk op €354.000 was vastgesteld en later door de heffingsambtenaar werd verlaagd naar €338.000. Bij het bezwaar werd een taxatierapport overgelegd ter onderbouwing van de waarde. De heffingsambtenaar kende een kostenvergoeding toe, maar betaalde abusievelijk geen vergoeding voor het taxatierapport.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende onvoldoende heeft onderbouwd waarom een vergoeding van twee uur tegen €53 per uur redelijk is, mede omdat het taxatierapport grotendeels geautomatiseerd is zonder uitgebreide individuele correcties. Desondanks acht de rechtbank een vergoeding van €52 passend en redelijk, gelet op het proportionaliteitsbeginsel.
Verder stelt belanghebbende dat ook voor de schriftelijke hoorzitting een vergoeding zou moeten worden toegekend, maar de rechtbank wijst dit af omdat deze proceshandeling niet in het Besluit proceskosten bestuursrecht is opgenomen.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de kostenvergoeding en bepaalt dat de heffingsambtenaar de vergoeding voor het taxatierapport moet betalen, het griffierecht moet vergoeden en proceskosten van €113,38 moet voldoen. De zaak werd gelijktijdig behandeld met een soortgelijke zaak, waarbij de proceskostenverdeling is afgestemd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de heffingsambtenaar een aanvullende vergoeding van €52 voor het taxatierapport, het griffierecht en proceskosten moet betalen.