ECLI:NL:RBZWB:2025:9086
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en verzoek ambtshalve vermindering verzuimboete inkomstenbelasting
Belanghebbende was ingeschreven op een adres in de BRP en ontving aanmaningen voor de inkomstenbelasting 2021 op dat adres. Hij gaf zijn verhuizing pas later door, waardoor hij de aanmaning niet tijdig ontving en de aangifte te laat indiende. De inspecteur legde een verzuimboete van € 385 op en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, waarbij het bezwaar werd behandeld als verzoek om ambtshalve vermindering en afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en het verzoek om ambtshalve vermindering terecht heeft afgewezen. De verzending van de aanmaning naar het oude adres is aannemelijk gemaakt en de onjuiste adressering is aan belanghebbende toe te rekenen, aangezien hij zijn verhuizing niet tijdig had doorgegeven.
De rechtbank overweegt dat afwezigheid van alle schuld (avas) niet is aangetoond en dat de boete passend en geboden is. Ondanks een overschrijding van de redelijke termijn met circa vijf maanden, is de verdragsschending voldoende gecompenseerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag en verzuimboete blijven in stand.