ECLI:NL:RBZWB:2025:9086
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar en afwijzing verzoek om ambtshalve vermindering inkomstenbelasting
Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen een belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst. Het beroep van de belanghebbende is ongegrond verklaard. De inspecteur had het bezwaar van de belanghebbende tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur dit terecht heeft gedaan, omdat de belanghebbende zijn nieuwe adres niet tijdig had doorgegeven. De rechtbank heeft vastgesteld dat de belanghebbende op 15 februari 2023 aangifte heeft gedaan, maar dat hij niet binnen de gestelde termijn van de aanmaning had gereageerd. De rechtbank heeft ook de verzuimboete van € 385 passend en geboden geacht. De rechtbank concludeert dat de belanghebbende niet kan worden vrijgesteld van de boete, omdat hij niet tijdig zijn adreswijziging heeft doorgegeven. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.