ECLI:NL:RBZWB:2025:8955
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM na geschil over afschrijvingsmethode en waardering voertuig
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betreft de juiste afschrijvingsmethode, de hoogte van de historische nieuwprijs en de handelsinkoopwaarde van een Mercedes Benz V-klasse 300d.
De rechtbank oordeelt dat de door belanghebbende gebruikte taxatiemethode op grond van schade niet aannemelijk is, omdat de inspecteur geen meer dan normale gebruiksschade heeft kunnen betwisten. De rechtbank stelt de historische nieuwprijs vast op €114.927, conform een recent arrest van de Hoge Raad, en bepaalt dat de handelsinkoopwaarde €46.997 bedraagt, gebaseerd op een koerslijst van Xray, waarbij correcties van de inspecteur niet worden gevolgd.
De rechtbank vermindert de naheffingsaanslag tot €4.425 en kent belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe van €500 vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep wordt daarmee gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €4.425 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €500.