Uitspraak
uitspraak van 12 december 2025 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster,
Inleiding
OverwegingenRelevante feiten en omstandigheden
- Een ondertekende machtiging waaruit blijkt wie vertegenwoordigingsbevoegd is;
- Een ondertekende pgb-vaardigheidstoets;
- Een zorgovereenkomst tussen de zorgaanbieder en de budgethouder;
- Een zorgplan specifiek gericht op beschermd wonen;
- Kwaliteits- en contractstukken van de beoogde zorgverlener;
- Een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) van de beoogde zorgprofessionals.
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Beslissing
- schorst het primaire besluit;
- bepaalt dat het college aan verzoekster vanaf 16 oktober 2025 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar een maatwerkvoorziening toekent, waarmee vanaf dat moment de kosten van het beschermd wonen en ondersteuning bij [organisatie 1] kunnen worden voldaan;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 53,- aan verzoekster te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.814,-.
Rechtsmiddel
Bijlage: wettelijk kader
1. Het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.
In spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, beslist het college na een melding als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 en de aanvraag van de cliënt.