Betrokkene, met een ernstige visuele beperking en psychische klachten, vroeg om individuele begeleiding via een persoonsgebonden budget (pgb). Het college van Heerlen weigerde dit en bood zorg in natura aan, onder verwijzing naar het ontbreken van de benodigde deskundigheid bij de door betrokkene gewenste hulpverlener.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond wegens onvoldoende motivering en onderzoek door het college. Het college stelde hoger beroep in, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek niet voldeed aan de vereisten van de Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht. Het college had onvoldoende inzicht gegeven in de aard en omvang van de benodigde begeleiding en de geschiktheid van de hulpverlener.
Het college had zich onterecht uitsluitend gebaseerd op algemene raamovereenkomsten en niet op het feit dat betrokkene reeds begeleiding van Visio ontving. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen. De Raad vernietigde het besluit van 27 mei 2021 en beval een nieuw, zorgvuldig onderzoek en een nieuwe beslissing op bezwaar, waarbij alleen beroep bij de Raad mogelijk is.