ECLI:NL:CRVB:2025:1134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.H. Sanders
- B. Serno
- C.W.C.A. Bruggeman
- Rechtspraak.nl
Weigering persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding wegens onvoldoende ondersteuning
Appellant, geboren in 1966 en bekend met een verzamelstoornis, heeft op 7 juli 2021 een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) voor individuele begeleiding. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer wees deze aanvraag op 20 juli 2021 af, met het argument dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij zelf of met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger de pgb-taken verantwoord kon uitvoeren. Appellant kreeg wel de mogelijkheid een maatwerkcontract te sluiten, maar maakte hier geen gebruik van.
Het bezwaar van appellant tegen het besluit werd bij besluit van 13 mei 2022 ongegrond verklaard. De rechtbank Noord-Holland bevestigde dit oordeel op 28 juni 2023, stellende dat appellant onvoldoende had geconcretiseerd wie hem zou kunnen ondersteunen bij de pgb-taken en dat eerdere verzoeken om ondersteuning bij administratie en financiën het vertrouwen in zijn zelfstandigheid ondermijnden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij met hulp van zijn sociale netwerk en hulpverleners, zoals stichting Per Saldo, wel in staat is het pgb te beheren en dat het maatwerkcontract niet voldeed omdat hij de regie wilde behouden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt wie hem zou kunnen ondersteunen en dat het college terecht had geoordeeld dat hij niet aan de voorwaarden voor een pgb voldeed. Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bevestigd.
De Raad wees tevens op het ontbreken van concrete aanwijzingen dat een medewerker van stichting Per Saldo bereid zou zijn de pgb-taken uit te voeren en benadrukte dat het college altijd bereid was om te beoordelen of een aangedragen persoon geschikt was. Omdat appellant niemand had aangedragen, kon het college de weigering handhaven. De Raad concludeerde dat appellant met een maatwerkvoorziening in een andere vorm dan een pgb ook de benodigde individuele begeleiding kan ontvangen.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 juli 2025. Appellant kreeg geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot weigering van een pgb bevestigd.