ECLI:NL:RBZWB:2025:8839
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag accijns en verbruiksbelasting
In deze uitspraak beoordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant het beroep van belanghebbende, een B.V., tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst. De inspecteur had aan belanghebbende een naheffingsaanslag accijns van € 11.639,74 en een naheffingsaanslag verbruiksbelasting van € 57,22 opgelegd, samen met een verzuimboete van € 1.163,97. De rechtbank heeft het beroep op 17 september 2025 behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde en de inspecteur door meerdere vertegenwoordigers. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag accijns terecht is opgelegd, maar dat de naheffingsaanslag verbruiksbelasting onterecht is. De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet feitelijk de goederen heeft vervoerd en dat de verbruiksbelasting niet bij haar kon worden nageheven. De rechtbank vermindert de verzuimboete tot € 989,37 vanwege overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak. Tevens wordt de belastingrentebeschikking verminderd in verband met de vernietiging van de naheffingsaanslag verbruiksbelasting. De rechtbank wijst ook een schadevergoeding toe aan belanghebbende wegens overschrijding van de redelijke termijn.