Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verrekening van een bedrag van €176 met de huurtoeslag 2018 in de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2022. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening en behandelde het als een verzoek om ambtshalve vermindering, dat werd afgewezen.
De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en concludeerde dat de inspecteur ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. De rechtbank overwoog dat belanghebbende een procesbelang heeft en dat het bezwaar hem in een betere rechtspositie kan brengen, waardoor ontvankelijkheid moet worden aangenomen.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en verwees de zaak terug naar de inspecteur voor een nieuwe beslissing met inachtneming van het oordeel. Tevens werd belanghebbende een proceskostenvergoeding van €1.554 toegekend, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert en griffier S. Panah.