ECLI:NL:RBZWB:2025:853
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag accijns voor voorhanden hebben van waterpijptabak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag accijns over het tijdvak van 9 september 2020, waarbij hij tabaksproducten had gekocht en opgehaald zonder dat hierover accijns was voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de tabak niet was voorzien van accijnszegels en dat belanghebbende de tabak voorhanden had. Hoewel belanghebbende stelde dat de tabak voor eigen gebruik was en hij niet wist dat accijns verschuldigd was, oordeelt de rechtbank dat de vrijstellingen in de Wet op de accijns alleen gelden voor reizigers, wat hier niet het geval was.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling en de rechter deze niet mag terzijde schuiven. Ook het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt omdat het heffen van belasting niet valt onder de bepalingen van dat artikel.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag accijns.