ECLI:NL:RBZWB:2025:852
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing integrale kostenvergoeding in belastingzaak gegrond verklaard
Belanghebbende BV heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing door de inspecteur van een verzoek tot integrale kostenvergoeding in een belastingzaak. De inspecteur had een forfaitaire vergoeding van € 740 toegekend, maar het verzoek om volledige vergoeding werd afgewezen.
Tijdens de zitting op 24 januari 2025 trok belanghebbende het verzoek om integrale kostenvergoeding in, onder voorwaarde dat de inspecteur afzag van het opleggen van een nieuwe naheffingsaanslag naar aanleiding van een controle op 14 juni 2021. De inspecteur stemde hiermee in bij brief van 4 februari 2025.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en verhoogt de forfaitaire kostenvergoeding voor de bezwaarfase naar € 1.618. Daarnaast veroordeelt zij de inspecteur tot betaling van een proceskostenvergoeding van € 907 voor de beroepsfase en het griffierecht van € 365. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. de Werd op 7 maart 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van een verhoogde kostenvergoeding, proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.