ECLI:NL:RBZWB:2025:8433
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens verlenging begunstigingstermijn
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta van 13 mei 2025 en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek werd ingetrokken nadat het dagelijks bestuur had laten weten de begunstigingstermijn te verlengen tot 1 mei 2026.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om proceskostenveroordeling van verzoekster beoordeeld. Omdat het bestuursorgaan met de verlenging van de begunstigingstermijn geheel aan het verzoek tegemoet is gekomen, is het bestuursorgaan gehouden de proceskosten te vergoeden.
Het dagelijks bestuur heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om af te wijken van het uitgangspunt dat bij tegemoetkoming in het verzoek de proceskosten worden toegewezen.
De proceskosten bestaan uit één proceshandeling, het indienen van het verzoekschrift, met een waarde van €907,-. De voorzieningenrechter veroordeelt het dagelijks bestuur tot betaling van dit bedrag. Tevens wordt het griffierecht aan verzoekster terugbetaald omdat de werking van het besluit is opgeschort.
Uitkomst: Het dagelijks bestuur wordt veroordeeld tot betaling van €907,- proceskosten na verlenging van de begunstigingstermijn.