ECLI:NL:RBZWB:2025:8334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van administratieve verlenging van huishoudelijke ondersteuning onder de Wmo
Op 26 november 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiseres, een inwoner van Breda, en de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda. Eiseres had beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen een besluit van 19 juli 2022 over de verlenging van haar huishoudelijke ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). De rechtbank had eerder op 24 april 2023 het beroep van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet was overschreden. Eiseres heeft vervolgens op 13 juli 2023 opnieuw beroep ingesteld, maar het college had al op 21 maart 2023 op haar bezwaar beslist.
Tijdens de zitting op 22 oktober 2025 was eiseres aanwezig, maar de gemachtigde van het college was niet verschenen. De rechtbank oordeelde dat het college het bezwaar van eiseres tegen de administratieve verlenging van de huishoudelijke ondersteuning niet-ontvankelijk had verklaard, terwijl dit niet juist was. De rechtbank stelde vast dat eiseres procesbelang had, omdat zij zelf huishoudelijke hulp had ingekocht en schade had geleden door het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigde dit besluit, waarbij het college werd opgedragen om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn in de procedure, wat resulteerde in een schadevergoeding van € 500,- voor eiseres. De rechtbank bepaalde dat het college het griffierecht aan eiseres moest vergoeden. De uitspraak werd openbaar gemaakt op 26 november 2025.