Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op de Gastelseweg te Roosendaal op 22 april 2023. Betrokkene tekende beroep aan tegen de boete, stellende dat sprake was van een structurele schending van de hoorplicht, omdat hij niet gehoord werd ondanks een verzoek hiertoe.
De rechtbank oordeelt dat de gedraging vaststaat en dat de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd, omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was vanwege een andere dringende taak van de verbalisant. Wel is de hoorplicht geschonden, wat leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en matiging van de boete met 25%.
Daarnaast is de redelijke termijn van berechting overschreden, waardoor de boete verder wordt gematigd. De rechtbank wijst een proceskostenvergoeding toe voor de kantonfase. De officier van justitie wordt veroordeeld tot terugbetaling van een teveel betaalde zekerheidstelling en vergoedt de proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond, boete gematigd met 25% tot €157,50 en proceskostenvergoeding toegekend.