Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de A4 te Bergen op Zoom op 2 maart 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist, waardoor een dwangsom van € 1.442,- verschuldigd is. Tevens is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden met ongeveer vijf maanden, wat een matiging van de boete met 25% rechtvaardigt.
De boete werd gematigd tot € 285,- plus € 9 administratiekosten. Daarnaast moet de officier van justitie € 95,- terugbetalen die betrokkene te veel als zekerheid had betaald. Ook is de officier van justitie veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van € 113,38 aan betrokkene. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot € 285,-, de officier van justitie moet een dwangsom van € 1.442,- betalen en een proceskostenvergoeding aan betrokkene vergoeden.