Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Rondweg Terhole op 13 augustus 2022. Hij stelde dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden en dat de redelijke termijn was overschreden. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de rechtbank oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was vanwege het drukke verkeer en hoge snelheid.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep meer dan twee jaar had overschreden, waardoor matiging van de boete met 25% op zijn plaats was. De boete werd daarom verminderd tot € 187,50 plus administratiekosten. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene voor de kantonrechterfase.
De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en betrokkene kreeg het te veel betaalde bedrag terug. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van bezwaren tegen de uitbetaling van de proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 3 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd tot € 187,50 plus administratiekosten.