ECLI:NL:RBZWB:2025:7676
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens waardering auto en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Land Rover met een betaalde BPM van €12.863. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van €5.035, verminderd na bezwaar met €489. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de waardering van de auto door de inspecteur correct was, waarbij de herleidingsmethode niet toepasbaar was en de waardevermindering wegens schade niet voldoende was aangetoond.
De rechtbank stelde de verschuldigde BPM vast op €17.327, waardoor de naheffingsaanslag werd verminderd tot €4.463. Tevens werd een immateriële schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan €143 voor rekening van de inspecteur en €857 voor de Staat.
Daarnaast werd het griffierecht van €365 en proceskosten van €3.108 aan belanghebbende toegekend, met verrekening van eerder toegekende kostenvergoeding in de bezwaarfase. De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en bepaalt dat de inspecteur en de Staat de genoemde vergoedingen moeten betalen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €4.463 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.