ECLI:NL:RBZWB:2025:7532
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag parkeerbelasting en toekenning proceskostenvergoeding
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat op 5 juni 2023 geen parkeerbelasting was voldaan voor een geparkeerde auto aan een adres in Breda. De heffingsambtenaar legde kosten van €57,75 op, terwijl volgens de geldende verordening slechts €52,75 aan kosten toegestaan is.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag en vorderde tevens vergoeding van proceskosten. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat de te hoge kosten reeds waren gerestitueerd, maar dit was geen formeel besluit.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar dat de hoogte van de kosten onjuist is. De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €54,25. Omdat het bezwaar gegrond is verklaard en het bestuursorgaan een onrechtmatigheid heeft begaan, wordt belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend van €1.554 en het griffierecht van €51 vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 3 november 2025 en is openbaar gemaakt. De uitspraak wordt onherroepelijk na het verstrijken van de beroepstermijn van zes weken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt verminderd en belanghebbende ontvangt een proceskostenvergoeding.