Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Voltastraat te Roosendaal op 9 maart 2023. Betrokkene ontkende de gedraging en stelde dat hij een mexicano vasthield in plaats van een telefoon. De verklaring van de verbalisant werd echter als voldoende bewijs geacht, mede omdat het alternatieve scenario ongeloofwaardig was en betrokkene niet op de zitting verscheen om dit toe te lichten.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is voor vaststelling van de gedraging, tenzij specifieke feiten of omstandigheden twijfel rechtvaardigen. Die twijfel werd niet geacht aanwezig te zijn. Wel was er sprake van overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, aangezien de procedure meer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete.
Als gevolg van de termijnoverschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. Betrokkene kreeg daarnaast een terugbetaling van een teveel betaalde zekerheidstelling. De beslissing van de officier van justitie werd aldus gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.