Uitspraak
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
3.
[gedaagde 3],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De verhuurder heeft een procedure aangespannen tegen drie huurders wegens het niet nakomen van verplichtingen uit een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte, waaronder het stellen van een bankgarantie, betaling van huurachterstand, en uitvoering van onderhouds- en verzekeringsverplichtingen (triple-net).
De huurders betwistten onder meer de hoofdelijkheid van aansprakelijkheid en stelden dat de huurovereenkomst door de echtgenote van een van hen was vernietigd wegens ontbrekende toestemming. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is en dat de hoofdelijk aansprakelijkheid geldt, omdat de huurovereenkomst ten behoeve van de normale bedrijfsuitoefening is gesloten.
De huurders erkenden de huurachterstand van €125.235,- en het niet stellen van de bankgarantie. De kantonrechter kende de vorderingen toe, matigde de boetes wegens buitensporigheid, en veroordeelde de huurders tot herstel van gebreken, onderhoud, vrijmaken vluchtwegen en betaling van buitengerechtelijke kosten, proceskosten en beslagkosten. De veroordelingen zijn hoofdelijk en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot nakoming bankgarantie, betaling huurachterstand, herstel gebreken, onderhoud en kosten met matiging boetes.