ECLI:NL:RBZWB:2025:6931
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens onduidelijke ingebrekestelling ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op zijn bezwaar tegen de toekenning van een WIA-uitkering. De rechtbank heeft het beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling niet rechtsgeldig was. Opposant stelde dat het UWV had moeten begrijpen dat de ingebrekestelling betrekking had op het bezwaar tegen de WIA-uitkering, ondanks een foutieve verwijzing naar een WW-uitkering in een aanvullend bezwaarschrift.
De rechtbank heeft beoordeeld of de ingebrekestelling van 3 mei 2025 duidelijk genoeg was om het UWV aan te manen alsnog te beslissen over het bezwaar tegen de WIA-uitkering. De rechtbank oordeelde dat dit niet het geval was, omdat de ingebrekestelling en het aanvullend bezwaarschrift niet duidelijk verwezen naar het oorspronkelijke bezwaar tegen de WIA-uitkering. Bovendien was de ontvangstbevestiging die door opposant werd genoemd niet relevant voor het bezwaar tegen de WIA-uitkering.
Daarmee is het verzet ongegrond verklaard en blijft de eerdere uitspraak van 15 juli 2025, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft gehandhaafd.